Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is de grens van het toevallige zeer verre overschreden. Toch zijn deze argumenten voor afhankelijkheid der eerste Epitome van de Homilieën verdwijnende grootheden in vergelijking met wat ons voor de tweede Epitome als haar eenige bron scheen te pleiten en geenszins bij machte het resultaat te wettigen, waartoe Langen kwam. Ter verklaring van het bevreemdend feit moeten andere onderstellingen worden te hulp geroepen. Als een zoodanige kan dienen, 't zij dat van de tweede Epitome handschriften in omloop waren, die meer dan de ons bekende overeenkwamen met den tekst der Homilieën, die immers als ruim verbreid een copiïst kan hebben door het hoofd gespeeld, 't zij dat na de oorspronkelijke vervaardiging de eerste Epitome bij het overschrijven den invloed van dien tekst onderging en aldus gewijzigd tot ons kwam. Welke dezer mogelijkheden men ook kiezen moge, de hoofdzaak blijft onweersprekelijk, dat Epitome I een jongere redactie is en slechts via Epitome II met de Homilieën in betrekking staat.

Voor ons bijzonder doel kan dus de eerste Epitome verder verwaarloosd worden. Maar nu dan de vraag, in welke verhouding de tweede staat tot het geheel der Homilieën.

De volgende inhoudsopgave kan van die verhouding een denkbeeld geven.

Als opschrift staan aan het hoofd de regelen, waarmee de brief van Clemens aan Jacobus begint. Met den daarop volgenden aanhef van het eerste hoofdstuk van dien brief gaat de schrijver dan over tot zijn reproductie van de eigenlijke Homilieën, die hij op de volgende wijze exploiteert :

Ep. 1—17:l = Hom. I 1—18, de lotgevallen van Clemens tot aan

diens kennismaking met Petrus te Caesarea.

« 17b, 18, zie deel I, bl. 21 vg.

« 19 = Hom. I 21a, c, 22, beider blijdschap, aanstaand

dispuut.

20—22a = Hom. II 1—3, morgengesprek over lichaam en ziel.

22l' = « 7, licht bij Jezus.

« 22c, 23 = « 12—14, een rechtvaardig God.

24 = « 18b, 21'', 22% j

« 25, 26 = « 22b, 23, | inlichtingen over

27 = 25, 26", j Simon Magus.

« 28—33 = « 27-32, j

34 , 35» = Hom. III 29—31», « 35b = « 32, 33% 36—39 = « 38—41, 40 -41 = « 42", 43,

« 42—44a = 58b, 59", 72a, 73, Simon naar Tyrus,

Petrus wil hem na, Zacchaeus bisschop.

3*

debat met Simon.

Sluiten