Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de verwarring van sprekers in Hom. II 29, 30, 31, al die oneffenheden in de voorstelling van Homilieën , die wij in den loop van onze studie reeds hebben ontmoet, ook een eigenaardigheid in liet gebruik van evangelie-citaten, zouden volgens Uhlhorn heur verklaring vinden in een door den auteur verwerkt origineel 1). Dat origineel zou behelsd hebben een dispuut tusschen Petrus en Simon in Caesarea, met een voorbereiding daarop en slotbesprekingen daarna. Clemens zou er niet bij tegenwoordig gedacht zijn, maar wel het twaalftal, dat als Petrus begeleidend werd voorgesteld. Polemiek tegen de ketterijen was er de hoofdstrekking van en daarmee ging het „über die nachsten Kreise" niet „hinaus" -). Het eindigde met het verhaal van Zacchaeus' wijding tot bisschop, want zou men al willen onderstellen, dat in een geschrift, 'twelk Petrus disputeerend en niet reizend denkt, voor die wijding geen plaats was, de ijdele „Rückbeziehung" in Hom. XII 5 moet gedoeld hebben op een passage, waarin sprake was van avvoóevsiv 3). Zoo komt men tot een geheel, dat door Uhlhorn nader wordt beschreven als omvattende: I. ,,Einleitende Gesprache 1° über die Syzygien," op te delven uit Hom. II 5—18; 211 „über Simon," verwerkt in Hom. II 1!)—31; 3IJ „über den Inhalt der folgenden Disputation, die falschen Pericopen," weer te vinden in Hom. II 37—53 en III 1—29; — II. „Die Disputation mit Simon," Hom. XVI—XIX; — III. „Schluss: ln Gesprach über den Teufel," Hom. XX 1—11; 2° „Einsetzung des Zaccliaus," verwerkt in Hom. III 60—72 4). Den titel xrjgvyfia kan zulk een boek niet gevoerd hebben •'). Daar het reeds tegen het Marcionitisme ten strijde trekt, kan het ook vóór 150 niet zijn ontstaan '>).

Ziehier dan althans een „Urschrift" met eenigszins scherpe omtrekken. En toch met de vereischte bescheidenheid aanbevolen. „Auf einen minder sicheren Boden, wo wir oft nicht über Vermuthung hinauskommen können," is de schrijver zich bewust te wandelen"). „Immer weiter von dem sicheren Boden und in das Gebiet der Hypothese" erkent hij zich te begeven bij het uitwerken van zijn gissing. „Wir geben Vermuthungen, geben sie aber auch nur als solche s)." Bedoelde gissing aangaande een in Homilieën verwerkt origineel verliest intusschen iets van hare aannemelijkheid door de combinatie, waarin zij met de erkenning van de afhankelijkheid der Recognitiones moet worden gebracht. Toen de auteur van laatstgenoemd geschrift weer te Caesarea onder dak bracht , wat die van Homilieën, in afwijking van zijn origineel, over Caesarea en Laodicea had verdeeld, was zijn verandering volgens Uhlhorn „nur eine das Ursprüngliche wiederherstellende Rückversetzung" !)). De schijnbaar elkaar uitsluitende waarnemingen, die onze criticus deed, noopten

1) S. 34<i ff., 352 ff. 2) S. :S<i4, 43(1. 3) 8. 3(i0. 4) S. 3!i3. 5). S. 364. «) S. 434. ') S. 344. 8) S. 357. 9) S. 345.

Sluiten