Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tentiae suae tempus exigere" (Ree. II 72), maar tot te groote beper-

ïng van den tijd der boetedoening zijn de kerkelijke leiders weinig geneigd. Aav ,u„,> f/fiégav wordt het toch minstens, in 't gunstigste geval (Hom. XIII 9; verg. XI 35). En dan dient er een zalving aan vooraftegaan. „Perunctus primo oleo per orationem sanctificato" trede de doopeling toe. En dan worde hij gedoopt „in aquis perennibus nonnne trinae beatitudinis invocato super se" (Ree. III 07) Wat die wateren betreft geeft de auteur der Homilieën tusschen een nora/iós, een jtr/pj of de ênknana de keus (Hom. IX 1!); verg. XI 26, 35; Diam. 1). De igta/mxagia èjiovofMala is ook bij hem het parool (Hom. IX 19, 23; XI 25; XIII 4).

Meer onthullen ons betreffende do bestaande of gewenschte kerkinrichting in de kringen, waaruit zij zijn voortgekomen of waarvoor zij bestemd waren, de Clementijnen niet. Hoogstens zou men kunnen vragen, of op een soort van ban wijst, wat in den brief van Clemens aan Jacobus den leeken wordt aanbevolen ten opzichte van partij kiezen voor den bisschop tegen diens vijanden. 'EX»qoI ytvófitvoi 6k X> Qaivei yju ut] ó/xdovvres oï$ fit/ S/uXeï, zoo worden de ware onderdanen van het gemeentehoofd geteekend (e. 18). Minstens wordt hier een denkbeeld aan de hand gedaan, dat door latere eeuwen op schrikwekkende wijze zou worden verwezenlijkt.

VIJFDE HOOFDSTUK.

HET SCHRIFTGEBRUIK.

Van schnftgebruik als zoodanig kan hier natuurlijk slechts sprake zijn met het oog op het Oude Testament. Althans, de vraag of reeds een nieuw testamentische Kanon, en dan van welken omvang, tot erkehjk gezag gekomen was, zou eerst afzonderlijk behandeld moeten worden. Het Oude Testament daarentegen treedt van den beginne aan in christelijke kringen op met de pretentie van te zijn een eerbiedwekkende autoriteit, die hoogstens verwaarloosd of weersproken kon worden door lieden van heidensche afkomst. In elk geval zullen wij weldoen met die beiden behoorlijk uiteen te houden, vooral ook er wi e van de vraagstukken, die er aan het al of niet gebruiken van een der twee door christenen uit den ouden tijd verbonden zijn.

§ 1. Het Oude Testament.

Van gestrenge judaisten is te verwachten, dat zij, behoudens een christelijke interpretatie er van, het Oude Testament als gezaghebbend zullen erkennen. Hun tegenvoeters de Marcionieten omgekeerd zijn

Sluiten