Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE HOOFDSTUK.

DE HISTORISCHE WAARDE.

Schliemann behandelt in een paar paragraphen de vragen, in hoever de auteurs der Clementijnen zich met hun berichten aan historische werkelijkheid of in omloop zijnde overleveringen aansluiten, dan wel zelf verdichtend werkzaam zijn, en in hoever deze verdichtselen in de latere overlevering zijn opgenomen '). Dit onderzoek heeft betrekking op het raam, waarin hun onderricht vervat is, op de inkleeding hunner leerstof. Dat uit die inkleeding veel te putten zou zijn voor onze historiekennis, zal niemand verwachten. Wij behoeven slechts eenige punten aan te stippen. De voorstelling van Jacobus als hoofd der gemeenten en van Petrus als heidenapostel komt overeen met die van Handelingen. Van Flavius Cleinens, neef van Doinitianus, gehuwd met diens nicht Domitilla, consul in het jaar 95, met zijn vrouw wegens judaisine veroordeeld, spreken Suetonius-) en Dio Cassius'!). In de oude bisschopslijsten komt een Clemens voor, 't zij als tweede, 't zij als derde opvolger van Petrus te Rome4). In den Pastor van Hermas wordt aan zekeren Clemens opgedragen een paar door Hermas te schrijven „libelli" te zenden „in exteras civitates" 5). In welke verhouding deze personen staan tot elkaar en tot de auteurs van de velerlei oud-christelijke geschriften, waaraan de naam van Clemens verbonden is, blijft een duister probleem"). Aquilas en Nicetes komen in de Constitutiones apostolieae (VII 4fi) voor als Asiatische bisschoppen. Een Aquila kennen wij ook uit Hand. 18:2, en als bijbelvertaler uit Irenaeus III 21, 1. Daar en in de verdere overlevering heet hij „Ponticus" "). Over de namen Faustus en Faustinus, waarin de beide broeders van Clemens heeten te zijn omgedoopt, handelde Hilgenfeld«), gelijk de Lagarde een allergeleerdst betoog ten beste gaf over de nawerking der Clemenslegende in de geschiedenis!»)- Hoe de apostel der slaven Cyrillus de relieken van Clemens weervond, verhaalt deze zelf in een „storiola"™). Van de tegenstanders dezer vertegenwoordigers van het Christendom zijn Annubion en Athenodorus in de historie niet terug te vinden. Daarentegen is Appion de welbekende 7i}.eiaTov(y.r]s, door kerkvaders en profane schrijvers met onderscheiding vermeld, tegen wiens aanvallen op het Jodendom Flavius Josephus de pen voerde H). Aan de

J) S. 105 ff. 114 ff. 2) Domit. § 15. 3) Hist. LXVII 14. <») Ircn. adv. Ilaer. IH 3; verg. Lipsius, Die roro. Bisch. S. 143. 5) J Vis. 2,4; verg. Philipp. 4 : 3. 6) Zio George Salmnn, Diet. of ehrist. biographv I p. 554 ff. ") Verg. J)r Larjartle, Clem. S. 14. 8) Pie Apost. Viiter S. 297. ») Clem. S. 12 ff. 1") Gnctz, Gesch. der Slavenapostel, 1K07, S. 127 ff. ") Zie Schliemann S. 111 ff. li. Liijhtfnrit, Diet of ehrist. biographv I p. ]29 f.

Sluiten