Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veelheid van overleveringen aangaande Simon Magus wordt door de schrijvers der Clementijnen niet weinig, dat ons van elders niet bekend is, 't /.ij uit hun verbeelding, 't zij uit eenige overlevering, toegevoegd'). Dat Caesarea, Tyrus, Sidon, Berytus, Tripolis', Laodicea, Antiochia als kampplaatsen worden aangewezen, sluit minstens aan de voorstelling van Handelingen aan -). Te Caesarea vertoeft Petrus in Hand. 10 en Simon volgens Flavius Josephus •"). Te Antiochië heeft volgens Gal. 2:11 het conflict tusschen Petrus en Paulus plaats. Eenig doortrekken van de door canonieke geschriften aangegeven lijnen vereischte geen buitengewone vindingrijkheid. Dat Petrus vóór Jacobus gestorven zou zijn, is een onderstelling, die onze schrijvers met Hegesippus gemeen hebben '), en waartegen die van Josephus overstaat Als kenbron van historie in den engeren zin des woords kunnen mitsdien de Clementijnen veilig worden ter zijde gelegd.

Daarentegen omvatten zij een overvloed van stof, waarvan de eigenaardige plaats in de geschiedenis dient te worden aangewezen. Voor de dogmenhistorie allereerst leveren zij belangrijk materiaal. Desgelijks voor de cultuurgeschiedenis. Ook over den strijd, dien het Christendom te strijden had, doen zij eenig licht opgaan, en over de uiterlijke vormen, waarin het zich heeft georganiseerd. Ja de inkleeding zelf, voor zoover zij een romantische is, levert hare bijdrage voor de historia litteraria.

§ 1. De inkleeding.

Om met deze laatste te beginnen als het best aansluitend aan het reeds genoemde, in zijn werk Der griechische Roman und seine Vorlauferfi) volgt Er win Rohde eerst den draad van de erotische vertellingen der Grieksche dichters en dan dien der ethnographische utopieën, fabelen en romans, en uit de samenvlechting van die beiden verklaart hij het ontstaan van de eigenlijke Grieksche romanliteratuur. ,,In dieser Verschmelzung gab die prosaische, ethnographische Erzahlung gewisser Maassen den derberen, materiellen Körper her, in welchen die Erotik, aus ihrer poëtischen Höhe lierniedersteigend, als belebende Seele eintrat, dem fiir sich allein unbeweglichen Bewegung und Empfindung mittheilend""). Beurtelings treedt een der beide bestanddeelen meer op den voorgrond. Uit de laatste eeuw vóór Christus misschien reeds dagteekent dit proces. De sophistiek van den keizertijd komt er straks van liet hare bijmengen. De rhetorica met haar breedsprakigheid en haar zin voor

ï) Schliemann S. 108, 110 f. 2) c. g Vgg. 3) Ant. XX 7 § 2. 1) Euwb. H. K. II 23, vorg. Liptin*, Apoer. Apostelgesch. I[ 2. S. 243. 5) Ant. XX !(, 1. ®) Leipzig, 1870. 7) S, 244 f.

12*

Sluiten