Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oudchristelijke letterkunde voorkomt, is deze gelijkstelling inderdaad welsprekend. Men moge de oordeelkundigen soms op overdrijving betrappen 1), de hoofdzaak, Simon een duplicaat van of een parodie op Paulus, staat vast. Bij de lectuur van de Homilieën Paulus of de paulinische brieven uit het oog verliezen kan men niet."

Het is bekend, dat dit feit de geleerden, die op het punt deipaulinische litteratuur het traditioneele gevoelen voorstonden, in groote moeilijkheid heeft gebracht 2) en koren aangedragen op den molen van prof. Loman. Laatstgenoemde leidde er de verplichting uit af om „dieper dan tot heden toe geschiedde de christelijke oudheid te doorzoeken" 3). Wat hij daar vond betreffende de geschiedenis van het Paulinisme hebben wij hier niet nategaan, maar wat betreft de verhouding der Homilieën tot die richting, mogen wij zijn conclusie overnemen: „Sub persona Simonis magi schuilt niet in de eerste plaats het Paulinisme, maar de bedoelde nieuwe beweging in het tweede kwartaal der tweede eeuw. De bedekte en slechts sporadisch voorkomende bestrijding van den Saulus der Acta en den Paulus der hoofdbrieven is in het plan der Clementinen van zeer ondergeschikte beteekenis en wel het best te verklaren uit het feit, dat de genoemde gnosis, met name die der Marcionieten, zich op de autoriteit van traditiën en schriftelijke documenten quasi Pauli beriep" 4). „Het (laat) zich gereedelijk verklaren, dat de Clementinen, bij hunne hartstochtelijke bestrijding van het Marcionitisme, den patroon der gehate secte, dien zij met de zwartste kleuren als eenen door den Booze bezetene meenden te moeten afschilderen, te gelijker tijd op zoodanige wijze voorstelden, dat in het geschetste beeld van dien magus tevens de trekken konden worden onderscheiden van den pseudo-apostel, dien de Marcionieten als hunne autoriteit tegenover de oud-apostelen hadden gesteld" >).

Recognitiones kan de vergelijking met Homilieën, wat de actualiteit der polemiek tegen het Marcionitisme betreft, niet doorstaan. Simon althans is er veel minder de concrete vertegenwoordiger van die ketterij. Wel komen dezelfde marcionietische twistpunten er ter sprake, maar de behandeling riekt er te zeer naar de lamp van des schrijvers studeerkamer, dan dat zij de werkelijkheid zou weergeven. Ook is zij veel meer met andere belangrijke of onbelangrijke redeneeringen samengevlochten. Met alle verdere „schismata" heet ook het door Simon vertegenwoordigde een gewrocht van Satan, den „inimicus"''). Hij verzekert „se esse Stantem, hoe est alio nomine Christum, et virtutem summam excelsi Dei, qui sit supra conditorem mundi"'). Hij wordt gequalificeerd als „vehementissimus orator, in arte dialectica et

1) Verg. Loman, Theol. Tijdschr. 1883, bl. 33, 30. 2) Theol. Tijdschr. 1801, hl. 39 vgg. s) Theol. Tijdschr. 1883, hl. 47. 4) hl. 47. 5) hl. 32. «) Ree. I ".4. T) Ree. I 72.

Sluiten