Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorkeur heeft gedacht? En dan ook, de wordingsgeschiedenis der Clementijnen is te onzeker en laat te veel chronologisch duister voortbestaan, dan dat men vrijmoedigheid zou gevoelen om de bestreden leeringen telkens met name te noemen en aan te wijzen met den vinger. Zoo kon het geschieden, dat de critici gissingen waagden, waarmee men het hoogstens tot mogelijkheden, niet tot waarschijnlijkheden bracht.

Om met Hilgenfeld te beginnen: het is bekend, hoe hij, na een dusgenaamde „Grundschrift" te hebben opgespoord, daarvan een

antibasilidianische Umarbeitung" ontdekte. Dit brengt ons tot de vraag, of onze Clementijnen mede als bron voor de kennis der school van Basilides hebben dienst te doen.

De wijze, waarop Simon als de kotw? optreedt, doet hier niet ter zake. Terecht zegt daarvan Hilgenfeld: „Offenbar übertriigt hier der Verfasser die Lehre des Haretikers auf seine Person selbst: Lehrte dieser, dass in Christo und im Christenthum die Kraft des höchsten, votn Demiurgen verschiedenen Gottes erschienen sei, so legte ihm jener das gehassige Vornehmen bei, als wolle er selbst eine Kraft des vollkommenen Gottes sein; nahm dieser über dem psychischen Jesus der vulgaren Christen einen höheren, pneumatischen Christus an, so musste er sich selbst als êozo'x; für diesen Christus ausgeben, durch dessen Annahme er das kirchliche Bewusstsein der Mehrzahl verletzte." Hij vergelijkt dat met de wijze, waarop tegenstanders nog tegenwoordig de verkondigers van zekere philosophie ,,die Absoluten" noemen 1). In elk geval treden wij met die christologie nog niet buiten den gedachtenkring der Marcionieten, en wat Hilgenfeld naar aanleiding van Ree. II 32 opmerkt, dat Simon ,,in der Rolle des Hasilides" uit tegenspraak in de woorden van Jezus tracht te bewijzen, r,dass Jesus (d. h. der psychische Jesus, nicht der höhere Aeon Christus) kein Prophet gewesen sei", hangt te zeer met eigenaardige bespiegelingen over een ondersteld Petrus-evangelie samen, om van overwegende beteekenis te zijn -). Ook kan de ,,virtus immensae et ineffabilis lucis", welker bestaan Ree. II 49 bewezen wordt, evengoed aan den onbekenden Oppergod der Marcionieten doen denken, als aan den ïïeos nQgtjTog, ny.nrovofxaoTÓq der Basilidianen3). Meer nadruk legt Hilgenfeld op het feit, dat Simon, en Petrus met hem, tweeënzeventig „principes angelos" erkent, waarvan een , ,,ut Judaeorum populo deus esset, sorte electus" heet te zijn4). Hij vergelijkt daarmee wat Irenaeus van de wereldscheppende engelen der Basilidianen zegt, en wel: „partes sibi fecisse terrae et earum quae super eam sunt gentium" en: „esse autem principem ipsorum eum, qui Judaeorum putatur deus" •">). Ook de ,,captivitas animarum" (Ree.

l) Dio elem. Hom. S. 100. 2) Verg. S. 110 ff. ") Vorg. S. 129. 4) Ree.

II 39, 42. •') c. Haer. I 24, 4; verg. Epiph. Ilaer. XXIV 2.

Sluiten