Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betreft , die Christus avftgconov ?!• avftQumwv achtten i). Evenwel bleef het niet bij lichte wrijvingen tusschen voor- en tegenstanders van joodsche practijken, bij zekere voorkeur of tegenzin; in de schatting van ijveraars hing de zaligheid en het recht op den christennaam er van af. o&yoeTai of ov otofr/joerai heet het reeds bij Justinus, en is /oiannvag bij hem een term van even wijden omvang als <pdóawpog, onder die vlag wil hij toch evenmin als onder den naam 'Iovdaïos zonder uitzondering alle richtingen laten varen2). Het syncretisme des tijds deed de geloofsvoorstellingen der verschillende religies op allerlei wijzen ineen yloeien en wischte allerwege de grenslijnen uit. Zoo kon het geschieden, dat de zonderlingste systemen werden opgebouwd en het dientengevolge een strijd werd van allen tegen allen. Aan de veelvormigheid der joodsche ,,schismata" beantwoordde aan de naar het Jodendom gekeerde zijde van het Christendom een even groote verscheidenheid van ideeën en practijken. Wij stippen daaruit slechts het een en ander aan, wat als omlijsting van de Clementijnen dienen kan en er wederkeerig licht uit ontvangt.

Hegesippus 3) noemt onder degenen , die der kerk haar onderstelden maagdelijken staat roofden, Dositheüs, die ter eener zijde streng was in sabbatvieren en vasten J), en ter anderer zijde de inspiratie der profeten ontkende. Dat hij de opstanding, de engelen en den ondergang der wereld verwierp •'), doet aan Sadducaeïsme denken. Hij zou het geestelijk hoofd der „Dositheanen" zijn geweest. — ln den kring van dusgenaamde „Simonianen" heet bevrijding der menschen uit de macht van wet en profeten het ideaal en wat door hunne tegenstanders „libidinose vivere" genoemd werd daarvan het gevolg«). — Onder de Ophieten wordt van de „Peraten" vermeld, dat zij van de macht, die volgens hen de bemiddeling was tusschen de godheid en de stoffelijke wereld, achtereenvolgens in Eva, Kaïn, Nimrod, Esau, Jozef, Mozes en Christus de vertegenwoordigers erkenden7). — Cerinthus, die volgens Polycarpus den apostel Johannes te Ephese heftigen afkeer zou hebben ingeboezemd «), achtte volgens Irenaeus!>) Jezus „non ex virgine natum", maar ,,similiter ut reliqui omnes homines." Lateren maken van voorliefde voor besnijdenis en sabbat, gebruik van een gewijzigd Mattheüsevangelie en verwerping van Paulus gewagU)). Natuurlijk zijn er weer „Cerinthianen" in zijn gevolg. — En dan de raadselachtige „Ebionieten", in allerlei nuances en met allerlei vertegenwoordigers. Ook bij hen voorliefde voor Mattheüs en verwaarloozing van Paulus. En voorts: „quae sunt prophetica curiosius exponere nituntur, et

!) Juut. Dial. c. 48. 2) Dial. c. 80; Apol. I 4. 3) Eu». II. K IV 22. ') Epipk. Haer. XIII. 5) Psatdo-Tcrt. adv. ornn. haer. 1. «) Ircn. c. Haer. I 23, 1—4. 7) 1'hilos. V 12—18. ») Eu,. II. E. IV 14, (j. '■') c. Haer. I 2<i, 1. lu) Epiph. Haer. XXVIII 1.

Sluiten