Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de armoede, mits vrijwillig aanvaard, tot zaligheid voert, werd ons reeds in herinnering gebracht'). Ook, dat de auteur der Homilieën een lagere deugd, ongeveer wat men later genoemd heeft de burgerlijke gerechtigheid, zonder bemiddeling van den Profeet der waarheid bereikbaar acht, bestaande in het behandelen van den naaste, gelijk men wenscht door hem behandeld te worden-).

Op de maatschappelijke verhoudingen volge iets betreffende de cultuur. Van fkXrjvtxl] jiaideia is sprake of van ,,mos Graecorum" •">), en dat in een verband, waar op de eischen der rhetorica gedoeld wordt. Het geldt de vraag, d>g "/olj tolk £r\xovvras noisïv, de lieden namelijk die een CrjTqfia behandelen, in een of dispuut ge¬

wikkeld zijn. Clemens' vader, een man van heidensche beschaving, weet hoe het behoort. 'ExarsQos v/wjv n) savrov öóy/m iy.Oéodo), onderricht hij de sprekers, en hij beveelt dit aan met de overweging, dat het onbillijk wezen zou, indien door eenig argument slechts degene, die zijn stelling geformuleerd had, zou blijken verslagen te zijn, en de andere, wiens onuitgesproken beweren er evenzeer door getroffen werd, nieH). De auteur kent blijkbaar ook de beneveling, die in minder gelukkige oogenblikken of door zenuwachtig tegenopzien een redenaar overvallen kan. Althans, hij laat Simon zich beklagen, dat telkens wat hij van zins was te zeggen hem ontzinkt en de redeneering der tegenpartij niet recht doordringt tot zijn bewustzijn. Geheugen en oplettendheid beide laten hem in den steek. Hij wijt daarbij aan Petrus' toovermacht, wat in agitatie ter eener of zedelijk overwicht ter anderer zijde voldoende verklaring vinden zou. De auteur van Recognitiones is overvloediger in de behandeling derzelfde stof. Hij ook kent een „eruditio liberalis", die een „narrandi ordinem" weet te bezwaren, en een ,,verborum decus et suavitas", die in den dienst der waarheid zoo heilzaam, als in dien der dwaling noodlottig zijn ">). Dat die „ordo" voorwaarde is van succes bij den hoorder, ontging hem niet. Hij maakt de recapitulatie gemakkelijk. Men behoeft slechts den draad van het geleidelijk betoog te volgen, en al de onderdeelen treden achtereenvolgens als van zelve voor den geest. „Singula quaeque recolens ac retexens", desverkiezende als men wakende te bed ligt, neemt men ze gemakkelijk in het geheugen op6). In zoodanige orde vindt o. a. een „definitio" en een „praefinitio" plaats. Om redetwistende tot het doel te komen heet het wenschelijk, dat elk bij voorbaat zijn stellingen formuleere. Immers oin de waarheid te vinden is het niet voldoende „destruere ea quae e diverso dicuntur", maar ook noodig „proferre in medium, quod possit qui e diverso est impugnare." Op die voorwaarde alleen heeft ,,partium

') Hom. XV 10; boven bl. 142. 2) Hom. II 0; boven bl. 125, 129. 3) Hom. XVI 3, Ker. IX «) Hom. XVI 3. B) Ree. I 2">. «I 123; II 1; verg. VIII 34, 35, 30.

Sluiten