Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aequa congressio" plaats. Ook is het niet wenschelijk, dat het woord slechts aan de disputanten verblijve. Het schaadt niet, zoo anderen zich er in mengen; „collatio enim plurimorum facilius ea quae ignorantur inveniet." Een „arbiter" achter de hand is mede verkieselijk, en dan liefst een deskundige, die zijn licht kan ontsteken, ,,ubi exitus nullus appareat", of die een „indubitatam sententiam" kan in 't midden brengen, ,,cum unus aliquis cesserit." Maar steeds moet het om de waarheid te doen zijn. Wee dengenen, die „quolibet modo ad lioc tantum respiciunt, ut vincant et laudem pro hoe magis quam salutem quaerant!"!)

Blijkbaar verkeeren wij met deze voorschriften in de wereld der sophistiek. 'PtjTogixrj èon jiei&ovg öijfuovoyóg öiu Xóywv heet het in Platonische termen bij Sextus Empiricus2). Ten dage van Cicero had Hermagoras den wijsgeerigen en den sophistischen betoogtrant reeds doen samensmelten 3). Sinds ontwikkelde men de theorie en regelde men de practijk. Het yévoe aohrtxóv, avfi^ovltmiy.óv en êjiiSeixtixóv kregen elk zijn eisch. Met toepassing op den stijl vermenigvuldigde men het aantal soorten, schier tot dertig toe. Men overwoog, hoe inventio, dispositio, elocutio, memoria en pronunciatio tegader den weisprekenden redenaar vormen. Door theoretische vorming en practische oefening, meende men, moest de goede aanleg tot ontwikkeling worden gebracht. Het einddoel heette drievoudig: docere debitum, delectare honorarium, permovere necessarium. Deze en dergelijke onderscheidingen kan men vinden in de geschiedenis der Rhetorica -1), en wie ze uit de eerste hand wil kennen, neme, om tot de lateren ons te bepalen, Aristides' xé /reu gtjxooixni of Hennogenes' jiegi löexbv ter hand5). Het is zeker geen toeval, dat de Clementijnen de geloofsleer behandelen in den vorm, niet van dialogen slechts, maar van openbare debatten, behoorlijk geregeld, en in tegenwoordigheid van toegestroomde scharen. Immers, zij ontstonden in den bloeitijd eener ziekelijke rhetoriek. In de rhetorenscholen leerden de knapen opstellen maken en voordrachten houden. Suasoriën en controversen waren in vollen gang. Uit de satirendichters en uit Seneca kent men de fantastische onderwerpen, waarmee men zich bezig hield. Met zeeroovers en tyrannen was men gemeenzaam. Ook de toovenaars ontbraken niet. „Die Wirkungen dieser allen Gebildeten gemeinsamen Unterrichtsmethoden", zegt Friedlander<>), „liegen in der Litteratur jener Zeit zu Tage. Die Gefahren, Verführungen, und Abwege des rhetorischen Unterrichts vermochten nur besonders gute und klare Köpfe ganz zu vermeiden. Für die Mehrzahl musste in der Schule durch das fortwahrende Streben nach

!) Ree. II 25; VIII 4, 5, 7; X 47. 2) adv. rhet. 2 p. (574. 3) Volkmnnn, Die Rhetorik «Ier Griechen und Romer, 1885, S. 11. 4) Volkmnnn S. 10 ff. •') Volkmann, S. 555 ff. c) Sittengeseh. Roras III3 395 f.

15*

Sluiten