Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderrichtsmethode afhankelijk. „Totius doctrinae disciplina certum habet ordinem." Neemt men die vereischte volgorde in acht, dan spreekt van zelf wat in het tegenovergestelde geval onredelijk schijnt. Het gaat er mee als met het vinden van den weg. Is men eenmaal in het goede spoor, dan wijst het verdere zich van zelf. Maar een goed begin moet er zijn. Niemand komt volleerd ter wereld. „Posterior nativitate ernditio." En voorts een goede wil. De meest methodische behandeling, ,,per ordinem et consequentiam", baat niet, als zij aan onwilligen besteed wordt. Hoeveel te minder dan, als het' de hoogere waarheden geldt, die eerst recht verduidelijking en bekrachtiging kunnen erlangen door de daad! i)

Wilden wij samenvatten, wat volgens de Clementijnen behalven ethische en religieuse vorming in deugdelijk onderwijs een plaats zou moeten vinden, dan konden wij hoogstens eenige trekken, in geen geval een volledig beeld leveren. De mythologie zou op het leerplan niet voorkomen, maar wel eenige cosmologie-'). Wij maakten daar melding van -). Ook verschillende takken van natuurwetenschap. Over planten en dieren niet weinig bijzonderheden '), zelfs een geheele anatomie van den mensch 5). En theorieën niet minder. Hier zij herinnerd aan het denkbeeldig terrarium. Honderd talenten aarde in een vat, en die bezaaid en begoten, zullen na jaren blijken nog honderd talenten te wegen, nadat men al de stengels en stammen en vruchten, die er uit opwiesen, zorgvuldig afgezonderd heeft, ten bewijze, dat uit het hemelwater, niet uit den bodem, de materie voor den wasdom genomen werd 6). Of aan de verklaring van den regenboog. „Nunquam sine sole et nubibus" vertoont die zich, en zijn ontstaan doet denken aan het afdrukken van een zegelring in was. „Sol eniin nubibus rarescentibus radios suos imprimens, et humon nubilo velut cerae molli adfigens orbis sui typum, arcus speciem reddit" <). Of aan de velerlei onderstelde uitzonderingen in het generatieproces, ter bevestiging van den regel, dat goddelijke Voorzienigheid daarin openbaar wordt»). Het is vooral de auteur van Recognitiones, die aan dergelijke natuurwetenschappelijke onderwerpen rijk is, gelijk wij ook bij hem vonden een résumé van de wereldgeschiedenis, van den aanbeginne tot aan den apostolischen tijd!»). Een nauwkeurige opsomming van al wat er op deze verschillende terreinen in onze geschriften te vinden is, zou reeds een merkwaardigen kijk geven op de intellectueele ontwikkeling van hun tijd, en mede daarom zijn mitsdien die geschriften van historisch belang'.

Bijzondere opmerking verdient nog wat van de geneeskunde gezegd wordt. Van de geneeskundigen in de eerste plaats. Zij maken

) Ree. VIII 34-30; verg. I 23; II 1. 2) Hom. III 33-35; Ree. VIII 14, 1>, 2], ö) Boven bi. 114. *) Ree. VIII 22-27, 33, 43. ">) Ree VIII •>8-3" 6» Ree. VIII 27. ') Ree. VIII 42. ») Ree. VIII 25. 9) Ree I 99_44

Sluiten