Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun prognose op naar den polsslag1). Voorts heet het: wtvrai -to/.aoi'?2). Of ook: ,,muitos sanant, et quanto quis peritior fuerit, tanto plures sanabit"'1). Evenwel vaak „longo tempore et labore plurimo '). En zelfs, or Jidvtw? kovrai ixsivov?, ibv ri/v ngovoiav noiovvini. Met meer of minder succes mogen zij werkzaam zijn, hun arbeid bekleedt toch een noemenswaarde plaats onder de maatschappelijke werkzaamheden. Maar een bedenkelijke concurrentie wordt hun aangedaan door de daemonen, 't zij in den vorm van godenbeelden, t zij bij monde van priesters. En het publiek is zeer van deze laatsten gediend. Het ging er mee, als met de wonderdoctoren van thans. Zij genoten het vertrouwen der schare en hun lof werd luide verkondigd. De auteur der Homilieën had daar geen vrede mee en trachtte hun afbreuk te doen. Zeide men: ivioi? ftegajieia? -~t<Joaraaaovaiv, hij antwoordde: daarom zijn ze nog geen goden. Vervolgde men: xal ■/_o)jfinr(om'T£i Imvzai, hij verklaarde dit uit hun bovennatuurlijke kennis en giste, dat zij, een natuurlijk herstel voorziende, in schijn geneesmiddelen voorschreven om zich den roem der genezing aan te matigen. Waarom anders, indien zij goddelijke macht bezaten, brachten zij niet zonder medicijnen en op staanden voet de genezing tot stand 'i En waarom zeggen en doen zij in sommige gevallen niets? \aak geven hun lof en brengen hun wijgeschenken, die van nature genezen zijn. Alleen de gestorvenen niet, en als de verwanten dezer laatsten eens een onderzoek instelden, zou zeker blijken, dat de HjiorvyJai menigvuldiger waren dan de sjittevy/iarn. Maar ontzag of vrees weerhoudt hen. Veeleer houden zij de dtomjfimn geheim. Zelfs zijn er niet weinigen, die onder eede voorspelling en genezing bevestigen. Of zij lieten zich omkoopen om een schijngenezing te ondergaan. Niet zelden ook was bij de droomgezichten en orakels tooverij in het spel. Evenwel, deze practijken behoorden tot het verleden. M<ixo<o yoóvo) xal Tarra Aieqxóvijoev. Toch waren er nog goëten, die ze trachtten in stand te houden ■">). Zoo liep er een bijgeloovige geneesmethode met de wetenschappelijke der doctoren parallel. De bespreking der krankzinnigheid in Ree. II 64 herinnert aan beide tegelijk. En daarenboven zal er een christelijke geweest zijn, bestaande in het uitwerpen der daemonen, vertegenwoordigd in de Homilieën dooi wat er van het werk der exorcisten wordt gezegd1'), en zekei ook een traditioneele, op wondergeloof gegronde, afgebeeld in wat Petius van door Gods macht in den trant van den Christus der evangeliën tot stand gebrachte wonderdadige genezingen roemt ')•

Dit een en ander doet ons grijpen naar wat Harnack over „Medicinisches in der altesten Kirchengeschichte" schreef8). Hij somt de namen van christelijke artsen op en beschrijft den aard der genees-

1) Hom. III 11. 2) Hom. IX l(i. 3) Beo. IV 20. *) Ree. IV 21. 5, Hom.

IX 10-18. «) Hom. IX «). ') Hom. XIV 5. ») Texte und Untorss. VIII 4.

Sluiten