Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeus en „Maira" koint voor PrellerS. 58; Thc.be als dochter van Asopos, Preller' S. 904; van Prometheus, S. 93.

Olympiada en Alexander. Bij Preller onbekend. „Olympias", de moeder van Alexander den groote, was een dochter van Neoptolemus.

Pyrrha, als moeder van „Hellen", Preller< S. 80 , 86. Helmetheus als zoodanig bij Preller niet bekend. Prometheus als echtgenoot van „Pandora", S. 97.

Protogenia. PrellerJ S. 86; moeder van Aëthlios S. 86. Dorus, Meiera en Pandorus als haar kinderen niet bekend. Pandora als haar zuster, Preller4 S. 202, als Deucalions dochter, S. 84.

Thaicrueia en Nympheus. Niet bekend. Preller4 S. 609 f. noemt geen echtgenoot van Proteus.

Salamina en Saracon. Niet bekend. Een vrouw van Asopos komt bij Preller niet voor.

Plutis. „Pluto" als moeder van Tantalus bij Preller- S. 380.

Phthia. Bij Preller niet bekend. „Phthios", zie Preller* S. 573; Achaeus. „Achalos", zie S. 573.

Chonia Aramni. Geen van beiden bij Preller bekend, Laeo evenmin.

Chalcea nympha. Niet bekend. De fluitspeler Olympus, zie Preller* S. 732.

Charidia Nympha en Alchanus. Bij Preller niet bekend.

Cotonia Lcsbi en Polymedes. Allen bij Preller onbekend.

Anieetus, als zoon van Heracles en Hebe, zie Preller- II S. 158. De vermelding van Hippodamia's telg schijnt te zijn uitgevallen.

Chrysogenia Penei en Thissaeus. Allen bij Preller onbekend.

c. 22. Antiope Myctei, Amphion, Zethus, zie Preller- II S. 30. Antiope's vader heet er, als Hom. V 13, „Nykkeus." In de vertaling werd onder den invloed van het vorige hoofdstuk bij haar en bij Aegina bij abuis in parenthesi gezet „vrouw" in pl. v. „dochter."

Ganimedam. Zie Preller4 S. 499: „Hebe, die auch Ganymeda hiess." Over hare betrekking tot Dardanus zwijgt Preller.

Manthea. Bij Preller niet bekend. Hom. V 13 noemt „Amalthea", bij Preller* S. 55 de zoogster van Zeus. Arktos, bij Preller niet bekend, ontbreekt in de parallelle plaats van Homilieën.

Thaliavi (Aetnam). Preller' S. 182 verwijst betreffende Thaleia naar de Ahvaïai van Aeschylus. Palisci, abuis voor Palici.

Imandram Geneani. Verg. Hom. V 13: Eïfia rij yr/yeveï, volgens Dressel, Epit. p. 270, te verbeteren in 'l/utdt'u r. Zie Prelleri S. 607.

Nemesin. Preller4 S. 536: „mit welcher Zeus die Helena zeugt", verg. boven: „Ledam... ex qua nascitur Helena", en Hom. V 13: Ne/nati. . . rij y.nl A>'/da vo/uofttior/.

Semelen Cadmiam. Verg. Hom. V 14: 2. ri/v KuA/iov, zie Preller* S. 660.

Sluiten