Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuurkrachten voor eigenaardige vormen van mechanische beu eging . warmte zoogoed als geluid; electriciteit even zoowel als licht. Bij al die bewegingen blijft de potentieele energie, waar zij tot actueele overgaat, constant, en omgekeerd.

Als op een merkwaardig voorbeeld, dat tevens het verband van de bovenaardsche tot de aardsche sfeer doet uitkomen, zij op het volgende gewezen. Onze aarde ontvangt voortdurend energie en arbeidsvermogen van de zon, en wel in den vorm van warmte- en lichtstralen. Vandaar haar gedeeltelijke groeikracht, b. v. in de plantenwereld. Denkt men nu aan de steenkolenlagen, die gansche plantenwereld welke in de aardlagen verzonken ligt, deze zijn dan in zeker opzicht niet anders dan opgestapelde zonne-energie, en wel potentieele energie, die onze aarde als actueele energie vóór eeuwen toegestraald is. Worden nu de steenkolen in uw kachel of in de locomotief van uw spoortrein gebracht, dan zet deze potentieele energie zich straks, als warmte, als beweegkracht, weer in actueele energie om.

Dat de som der energie in het stoffelijk heelal evenzoo constant is als de stof, ook deze natuurwet is dan een ordinantie des Heeren.

Neemt men aan, dat de wet van het behoud van stof en die van energie of arbeidsvermogen voor heel de stoffelijke wereld gelden, men bedoelt daarmee, dat die wetten niet slechts op onze aarde gelden, maar in heel de zichtbare schepping, dus ook in die wereld van hemellichamen waarin onze aarde slechts een betrekkelijk kleine plaats inneemt en die wij, het woord in den ruimsten zin genomen, als de sterrenwereld aanduiden. ,

Tot die sterrenwereld, waarmee wij ons thans hebben bezig te houden, behooren zoowel de zon, de maan en de aarde, als wat men in meer beperkten zin de sterren noemt. Gewoonlijk onderscheidt men deze hemellichamen als vaste sterren, planeten en kometen. Wijl de planeten, waartoe ook onze aarde behoort, met de zon het z.g. zonnestelsel vormen en een afzonderlijke bespreking eischen, zullen wij daarover in een volgend hoofdstuk handelen, om ons ditmaal alleen te bepalen tot de vaste sterren.

lederen morgen kunnen wij het heerlijk daggesternte, de zon, aan den horizont zien opkomen, en iederen avond de maan en de flonkerende sterren bewonderen. Des avonds schijnt het ons, alsof heel de sterrenhemel in beweging is. Toch weten wij, dat deze beweging evenals die der zon slechts een schijnbare is, doordat juist onze aarde, gelijk andere sterren met haar, zich in vaste banen bewegen.

De meeste sterren nu, die wij aan den avondhemel, om ons hiertoe te bepalen, waarnemen, zijn z.g. vaste sterren. Men verstaat daaronder zulke sterren, die hun vaste plaats tegenover elkander voortduren behouden. Op geringe, eerst in den loop der eeuwen merkbare, plaatsveranderingen na, vormen zij nog heden dezelfde groepen als \oor

Sluiten