Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Saturnus — zich op onderling verschillende afstanden in gesloten banen rondom de zon bewegen.

Wij laten deze ontdekking van Coppernicus hier verder rusten, om haar later bij de bespreking van de aarde als hemellichaam weer op te vatten. Alleen zij hier opgemerkt, hoe daardoor reeds een groot bezwaar om de onregelmatigheid der planeten als slechts schijnbaar te erkennen, was weggenomen. Onbewust toch van de beweging der aarde, schreef haar bewoner de eigen beweging toe aan de hemellichamen. Als wij in een sneltrein zitten, vliegen de boomen en huizen ons voorbij, doch, volkomen bewust van onze eigen beweging, weten wij, dat dit schijn is. Door de ontdekking van Coppernicus nu kon tevens verhoed worden, dat men de eigen beweging overbracht op en verwarde met de beweging der planeten, iets waardoor dan schijnbewegingen ontstaan, als wanneer men een zich zelf bewegend voorwerp, b. v. een loopenden hond, van uit een sneltrein waarneemt. Met dit al stond ook Coppernicus nog voor moeilijkheden in de beweging der planeten, die hij niet verklaren kon. Hij toch had zich steeds de banen der planeten als cirkels gedacht en daardoor kwam de door hem berekende stand van de planeet niet volkomen met den waargenomen stand overeen.

De man aan wien het gelukte ook deze bezwaren op te lossen, was Johann Keppler. Hij loste het zooeven genoemde bezwaar tegen Coppernicus op, door aan te toonen, dat de banen der planeten niet cirkels, maar ellipsen zijn, welke echter slechts weinig van cirkels verschillen. Aan hem danken wij de ontdekking van de drie wetten voor de beweging der planeten, en daarmede een verrijking onzer kennis van de mechanica of de bewegingsleer en hare oorzaken in het algemeen, en van ons zonnestelsel in het bijzonder.

Na veel nadenken en zeer lange, ingewikkelde berekeningen, vooral in betrekking tot de baan van de planeet Mars, maakte hij in 1609 zijn eerste en tweede wet bekend.

Deze eerste wet luidt: „De baan, die een planeet doorloopt, is een ellips. In het eene brandpunt der ellips bevindt zich de zon." Daarmee werd allereerst uitgesproken, dat de banen die de planeten om de zon beschrijven, niet, zooals Coppernicus leerde, zuivere cirkels waren, maar meer ovaal, d. w. z. eivormig of langwerpig rond.

Denkt men zich een ei in de lengte doorgesneden, of wel de ovale bloembedden die de tuinier aanlegt, dan heeft men de voorstelling van een ellips.

Is de cirkel een gesloten kromme lijn, waarvan alle punten op gelijken afstand van het middenpunt liggen, de ellips is een gesloten kromme lijn, in welke de som der afstanden van ieder punt tot twee gegeven punten, welke op haar grootste middellijn of as liggen, gelijk is. Deze twee punten noemt men de „brandpunten". Noemt men het punt binnen de ellips, waar de beide middellijnen of de groote en kleine as elkaar snijden, het middenpunt of centrum, de beide „brand-

Sluiten