Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de lijn P A grooter is dan de lijn C W, zoo moet de planeet van P naar A zich sneller bewegen dan van C naar W. Staat de planeet dus in het perihelium, dan zal zij zich het snelst, staat zij in het aphe-

12-.-.* J 1 L .i. i «

uurnt uan zaï zij zien net langzaamst Dewegen op haar baan; op de eindpunten der kleine as met middelbare snelheid. Hierdoor was het verschijnsel van de meerdere en mindere snelheid, die men bij den loop der planeten waarnam, in steê van iets toevalligs te zijn, onder een wet gebracht. Zoo beweegt zich ook onze eigen planeet, de aarde, in den zomer, ten gevolge van haar grootere verwijdering van de zon, iets lang¬

zamer in haar baan dan in den winter, en

is ons zomer-halfjaar eenige dagen langer dan ons winter-halfjaar. Dit laatste feit was Keppler bekend, en door het nauwkeurig nagaan dezer beweging vond hij een wet, die ook op de overige planeten van toepassing was.

Eindelijk vond Keppler nog in 1618 zijn derde wet, die aldus luidt: „De tweede machten der omloopstijden van de planeten om de zon, staan tot elkander als de derde machten der gemiddelde afstanden dezer planeten van de zon."

Deze wet wijst bij een planeet het verband aan tusschen haar afstand van en haar loop om de zon. Is de tijd, dien zij voor haar loop noodig heeft, bekend, dan kan men met deze wet berekenen, hoe ver zij gemiddeld van de zon verwijderd is.

Zoo had dan Keppler door zijn wetten in de schijnbaar zoo ongeordende en onregelmatige wereld der „dwaalsterren" evenzeer regelmaat en orde ontdekt, als er in de wereld der „vaste sterren" bestaat.

In het voorbijgaan zij hier opgemerkt, dat deze scherpzinnige geleerde, die zich zoo verdienstelijk heeft gemaakt voor de kennis van de bovenaardsche, in de aardsche sfeer zeldzaam ongelukkig is geweest. In 1571 geboren te Weil, een stadje in Wurtemberg, kwam hij, nadat zijn kinderjaren door armoede, ziekten en oneenigheden tusschen zijn ouders verbitterd waren, als student in de godgeleerdheid aan de universiteit te 1 übingen. Hier studeert hij Protestantsche theologie, legt zich ook ijverig toe op de wiskunde, en raakt bekend met de leer van Coppernicus. Op jeugdigen leeftijd tot docent in de wiskunde te Graz benoemd, moet hij straks om de geloofsvervolging en niettegenstaande de Jezuïeten hem, den Protestant, om zijn groote gaven, trachtten te beschermen, deze betrekking verlaten. Hoewel pas gehuwd, verkoos hij toch liever een onzekere toekomst tegen te gaan, dan zijn overtuiging op te geven en van Protestant Roomsch te worden. Dan begint dat leven van strijd om het bestaan, van armoede en ontbering.

Sluiten