Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dekt. De „verduisteringen" dezer Jupiter-manen hebben het practisch belang voor de scheepvaart, dat zij onze zeevarenden in staat stellen de geographische lengte te bepalen van de plaats waar zich op die tijden het schip, waarop deze waarnemingen gedaan worden, bevindt. Het duidelijkst waarneembaar voor ons als zij in oppositie staat, is Jupiter, indien zij zich niet in conjunctie bevindt, een dier hemellichamen, welke gemakkelijk met het bloote oog zijn waar te nemen. Haar helderheid overtreft, hoewel zij op grooten afstand van de zon staat, die van alle sterren van de eerste grootte.

In rangorde van afstand tot de zon volgt onder de buiten-planeten op Jupiter onmiddellijk Saturnus. Deze planeet, evenzeer zichtbaar voor het ongewapende oog, is kenbaar aan een mat, dof en roodachtig licht. Door een kijker gezien, vertoont zij zich niet slechts door acht manen begeleid, maar ook door een ring omgeven.

Deze planeet is 675-maal grooter van volume dan de aarde. Zij wentelt zich in ruim 10 uren om haar as en volbrengt haar loop om de zon in ongeveer 29 jaren. Vooral de „ring van Saturnus" heeft de aandacht der sterrenkundigen getrokken. Nader onderzoek heeft geleerd, dat men daarbij te doen heeft met een systeem of samenstel van ringen, die alle in een zelfde vlak liggen. Tusschen den bol van Saturnus en den binnenwand van „den ring" ligt eerst een ledige ruimte, dan volgt een donkere breede ring, daarna weer een ruimte, in welke een overgang van den donkeren tot een zeer helderen ring schijnt plaats te vinden, dan weer een tusschenruimte en eindelijk weer een breede, zeer heldere ring. De aanblik van den Saturnus-ring, door een telescoop gezien, biedt een schouwspel, dat de verwachtingen, door teekeningen van dit hemellichaam verwekt, verre overtreft. De ringen vertoonen allerlei veranderingen, en men neemt aan, dat zij ieder voor zich uit ontelbaar kleine lichaampjes bestaan, welke om de planeet zweven, en doordat' ze alle ongemeen snel om haar ronddraaien, saam den ringvorm bewaren.

In het jaar 1781 ontdekte Herschel in een ster, die reeds in 1690 door Flamstead was waargenomen, doch voor een vaste ster gehouden, de planeet Uranus. Zij heeft de helderheid van een ster van de zesde grootte en is ook zonder telescoop waar te nemen. Zij volbrengt haar loop om de zon in 84 jaren en wordt daarbij begeleid door vier manen. Een jaar op Uranus duurt dus 84 van onze jaren, en men ziet hieruit, evenals uit de hierboven gemelde „jaren" van de andere planeten — haar omloopstijd om de zon — hoe het begrip „jaar" een zeer relatief of betrekkelijk begrip is. Denkt men hier verder over na, dan voelt men, hoe bezwaarlijk het wordt om wat wij „tijd" noemen nader te omschrijven.

De grootte van Uranus overtreft 6 2-maal die van onze aarde.

Sluiten