Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch wordt haar grootte weer overtroffen door die van Neptunus, die 118-maal grooter is dan onze aarde. Dit hemellichaam, het laatst ontdekte der groote planeten, is nooit met het bloote oog zichtbaar en vereischt voor haar waarneming een kijker van bijzondere^ sterkte. De planeet Neptunus legt haar loop om de zon af in 164 jaren en wordt daarbij vergezeld door één maan.

Wij mogen hier niet onvermeld laten de geschiedenis der ontdekking dezer planeet. Die ontdekking toch is een bewijs voor de vastheid der natuurorde en een triomf voor de wetenschap. In het jaar 1846 had de Parijsche sterrenkundige Leverrier, zonder daarbij zelfs waarnemingen aan den hemel te hebben gedaan, berekend, dat op 600 millioen mijlen van de aarde verwijderd nog een planeet moest zijn, wier bestaan tot op dat oogenblik door niemand vermoed was. De planeet Uranus toch werd namelijk, door een tot dusver onbekende oorzaak, in haar loop zoogenaamd gestoord, wat wil zeggen, dat zij nog door een ander hemellichaam dan de zon op bijzondere wijze werd aangetrokken. Leverrier deelde zijn opmerkingen mee aan de Academie van Wetenschappen te Parijs, en verzocht tevens aan Galle, toenmaals assistent op de Berlijnsche sterrenwacht, op de door hem aangewezen plaats een onderzoek naar de verborgen planeet in te stellen. Op den 23 sten September 1846 ontving Galle dit verzoek, en nog dienzelfden avond gelukte het hem, op zeer kleinen afstand van de aangeduide plek de gezochte planeet te ontdekken.

Met Neptunus zijn wij nog niet aan de grens van ons zonnestelsel genaderd; dat wil zeggen aan de grens van het gebied, waar onze

zon haar invloed uitoefent.

Zeker is, dat de ruimte tusschen de baan van Neptunus en deze grens doorloopen wordt door vele kometen, waaronder ook zulke, die van tijd tot tijd de aarde naderen en voor ons zichtbaar worden. Ook zijn er meteoren, die boven de baan van Neptunus uitgaan. Of in deze ruimte zich ook nog planeten in hare banen bewegen, is mogelijk, doch tot dusver is daarvan niets gebleken.

Aan het slot van onze bespreking der planeten zij nog vermeld, dat men de ster in het schoone verhaal der „Wijzen uit het Oosten" wel eens in verband heeft gebracht met een constellatie of schijnbare nabijheid met elkander van de planeten Jupiter en Saturnus, een constellatie welke, naar de berekening van Keppler en Ideler, in het jaar 747 na de stichting van Rome moet hebben plaats gehad. Beide planeten toch waren, volgens de berekeningen dezer sterrenkundigen, toen in conjunctie en op een graad afstand slechts van elkaar v erwijderd te zien.

Sluiten