Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sternden hemel boven ons en van de zedenwet in ons, zal haar bewondering en eerbied niet blijven staan bij die wetten, maar doordringen tot den levenden God, die ze stelde.

Daarvoor moet men een Christen zijn.

Laat ons nadenken zich dan met die wetten van den gesternden hemel bezighouden, opdat wij in ons gemoed met nieuwe en toenemende bewondering voor dien Schepper en Onderhouder, voor dien Wetgever ook in de wereld der sterren, vervuld worden.

Hij toch is voor ons niet de onbekende, en wij zijn in betrekking tot Hem niet de onwetenden.

En zoo willen wij dan, na wat reeds omtrent de vaste sterren en de planeten is medegedeeld, in dit voorlaatste hoofdstuk over de sterren, handelen van de kometen.

Ons woord komeet komt van een Grieksch adjectief kometès, van het substantief komè, dat „haar" beteekent.

Een komeet is dus letterlijk een „haarster", een woord, dat de Duitschers er dan ook voor gebruiken, terwijl wij, Nederlanders, gewoonlijk van „staartster" spreken.

De kometen nu nemen onder de hemellichamen een zeer eigenaardige plaats in. Zij verschijnen in haar volkomen vorm als een ronde nevel met een heldere kern in het midden en een lange lichtende pluim of sleep. Aan de laatste omstandigheid danken deze sterren dan haar naam van ,,haar-ster" of „komeet", of „staart-ster".

In dezen volkomen vorm vertoonen zij zich echter niet altijd.

Wijl de kometen dikwijls plotseling zichtbaar worden en haar vorm zoo van alle overige sterren geheel afwijkt, ontstond in vroeger tijden het bijgeloof, dat zij verkondigsters waren van Gods toorn, voorboden van naderend ongeluk, van rampen als oorlog, hongersnood en pest.

En dit bijgeloof heeft geduurd tot ver in den nieuweren tijd.

Het natuuronderzoek heeft, vooral sedert Keppler, dezen waan verstoord. De astronomie leert ons, dat ook de kometen, welke zich aan ons vertoonen, hemellichamen zijn, die naar vaste wetten haar beweging om de zon hebben; dat schier jaarlijks kometen ontdekt worden, en dat zij in verschillende gedaanten voorkomen.

De ontdekking en het gebruik van den telescoop of verrekijker heeft tot dit alles niet weinig bijgedragen.

De vastheid van 's Heeren ordinantiën in de natuur komt bij de kometen vooral uit in wat men weet van de banen, die ook zij beschrijven.

Sluiten