Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schepsel als de Zon, bij den monsch gewekt, bleef, sedert de zonde in den gevallene ook den religieuzen aanleg had bedorven, bij dit schepsel staan, in steê van door te dringen tot God den Schepper. „ Zij hebben de waarheid Gods veranderd in de leugen, en het schepsel geëerd en gediend boven den Schepper, die te prijzen is in der eeuwigheid, amen." (Rom. i : 25.)

Overweldigd door de heerlijkheid van de Zon, werd deze voor de heidenen langen tijd tot een god, en de dichtende verbeelding gaf aan den eeredienst van de Zon een poëtische tint.

Daarom ging dan ook tot oud-Israël, het volk des Heeren, telkens het vermaan uit, aan die afgodische religie van de wereld niet mee te doen. „Dat gij ook uwe oogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan, en de sterren, des hemels gansche heir; en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt en hen dient." (Deuteronomium 4 : I9-)

Israëls natuurbeschouwing moest altijd eindigen in verheerlijking van zijn God; van Zijn almacht en van Zijn trouw.

Tegen al wat naar schepselvergoding zweemt, gaat de Schrift in.

En ook die groote, prachtige, heerlijke Zon is maar een schepsel; is maar stof, door God geschapen, en al wat zij van leven en zegen werkt voor ons, is maar werking van in zich zelf blinde krachten, waarin en waardoor God werkt naar Zijn Raad en dus naar Zijn doel'

De Zon behoort in Gods schepping tot diezelfde categorie of klasse van sterren, welke wij iederen avond aan den hemel kunnen bewonderen. Onder de „vaste sterren" schijnt zij ons slechts daarom zooveel grooter, omdat zij zooveel dichter bij ons staat, waarom zij dan ook op den dag, met haar licht, het licht dier anderen voor ons onzichtbaar maakt.

Haar afstand tot onze aarde bedraagt gemiddeld — want wij zullen straks zien, hoe die afstand zich wijzigt — 149 millioen kilometers.

Zulk een getal biedt ons echter geen voorstelling aan. Indien men de groote snelheid waarmee het geluid, en de nog veel grootere waarmee het licht zich voortplant, bedenkt, dan kan de wetenschap, dat de weg van de Zon tot de aarde door het geluid in 14V2 jaar- door een lichtstraal in 8 minuten en 18 seconden wordt afgelegd, van dien afstand reeds eenige voorstelling geven. Voegen wij er nog aan toe, dat, naar men berekend heeft, een locomotief, die dadelijks 180 mijlen aflegt, voor dien afstand meer dan 300 jaren zou noodig hebben.

Menschelijk waarnemen en denken, waaraan God de Heere het ken-nen van Zijn werken in de zichtbare schepping voor een zoo groot deel gebonden heeft, hebben, met name in de eeuw die nu achter ons ligt, ook onze kennis van de Zon aanmerkelijk verrijkt.

Men heeft haar grootte, welke die onzer aarde verre overtreft, berekend, en gevonden, dat ongeveer 13/t 0 millioen hemelbollen gelijk onze aarde door haar zouden kunnen worden omvat. Men weet thans ook, dat de Zon zich in 25 dagen en ongeveer 4 uren om haar

Sluiten