Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gallilei", vóór zijn veroordeeling' te Rome, een goede, uit drie^ kamers bestaande woning was, en na zijn veroordeeling een villa nabij Rome, en later een nog schoonere villa nabij Florence.

Ongetwijfeld nu hebben wij in Jozua 10 : 12—14 met een wonder te doen doch de Schrift verhaalt ons dat in de gewone taal van het dagelijksch leven. Eeuwen na Coppernicus zeggen toch ook wij nog,

dat de zon op- en ondergaat.

Dat aan de groote beteekenis van de Aarde ook bij een z.g. heliocentrische wereldbeschouwing niets wordt te kort gedaan, werd reeds vroeger door ons aangewezen. Het kleine Palestina, waar Bethlehem's Kribbe en Golgotha's Kruis stonden, heeft grooter beteekenis in de geschiedenis van het Godsrijk, dan b. v. het groote

A Onzea aarde nu beweegt zich, gelijk alle andere planeten, in een, tot de ellips naderende, baan rondom de zon. Deze baan der aarde noemt men, gelijk wij hebben medegedeeld, de ecliptica, en in onze gedachten naar alle zijden tot in het oneindige verlengd, deelt dan deze ecliptica den sterrenhemel in een noordelijke en zuidelijke helft, waarbij in een tusschen beide liggenden gordel van 200 twaalf' sterrenbeelden van den „dierenriem" liggen. Deze sterrenbeelden: Visschen, Ram, Stier enz., liggen dus op oneindigen afstand van de baan die de aarde om de zon beschrijft, en wel in het verlengde dier baan. Bestaat deze baan of ecliptica, gelijk alle cirkels, uit 360° men heeft haar, zooals wij reeds zagen, in de oudheid in twaalf gelijke deelen, ieder van 300, gedeeld, en aan ieder deel, vóór ongeveer 2000 jaren, den naam gegeven van het daartegenover liggend sterrenbeeld". De teekens voor deze namen, evenzoo door de ouden uitgedacht, vormen de „12 teekenen van den dierenriem".

Thans, na 2000 jaren, liggen die teekens, of liever de door hen aangewezen deelen van de aardbaan, niet meer tegenover het gelijknamige sterrenbeeld, maar juist tegenover een volgend. Zoo b. v. ligt tegenover het sterrenbeeld „de Visschen" thans in den dierenriem het teeken van „den Ram"; tegenover het sterrenbeeld „den Ram" het teeken van den „Stier"; tegenover het sterrenbeeld „den Stier" het teeken van de „Tweelingen", enz. Men heeft berekend, dat na 23.800 jaren deze „teekenen" en deze „sterrenbeelden" juist als vóór nu 2000 jaren, weer tegenover elkander zullen staan.

Wij zullen dit zoo straks nader verklaren.

Met een snelheid van ongeveer 4 mijlen in de seconde beweegt zich onze aarde op haar baan om de zon van oost naar west, en legt daarbij iederen dag iets minder dan i° af. Heel haar omloop, dus 360°, volbrengt zij in 365 dagen, 5 uren, 9 minuten en 10 seconden. Wentelt zij zich in 24 uren om haar as, waardoor de verschijnselen van dag en nacht ontstaan, al naar haar eene of andere helft door de zon wordt verlicht, deze as staat niet loodrecht, maar met een hoek van 230 27' op het vlak van de ecliptica of aardbaan. De astronomen hebben gevonden, dat deze hoek thans ieder jaar ongeveer een halve seconde afneemt en na jaren 210 zal bedragen, om dan weer tot 28° toe te nemen. De eindpunten van deze as zijn Noord-

Sluiten