Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze dampkring nu is de lucht, die onze aarde van alle zijden omsluit. De hoogte van dit luchtomhulsel, waarnaar wij opzien en dat ons als het blauwe hemelgewelf toeschijnt, is niet met zekerheid bekend, en de verschillende opgaven daaromtrent verschillen dan ook. Hoe hooger, d. w. z. hoe verder van de aarde, des te ijler wordt de lucht. Nabij de oppervlakte der aarde is de lucht het dichtst, want daar worden de lagen, die alle bovenliggende lucht moeten dragen, het sterkst saamgeperst; hoe verder van die oppervlakte, des te ijler, en des te meer nadert zij de grens, waar de ruimte tusschen de hemellichamen, zooals men onderstelt, alleen door den acther gevuld is.

Zuivere, droge dampkringslucht bestaat uit 21 pet. zuurstof, 78 pet. stikstof en 1 pet. van het sedert eenige jaren ontdekte argon. Bovendien bevat de dampkring steeds waterdamp in veranderlijke hoeveelheid, een zeer geringe hoeveelheid van nog andere gassen, vooral koolzuur, en plaatselijke bijmengsels. Deze bijmengsels zijn stof en rook. Van groote beteekenis kunnen ook, b. v. bij aanstekelijke ziekten, de kiemen van kleine organische wezens worden, die zich in de lucht bevinden. Is wat wij lucht noemen, een lichte, veerkrachtige vloeistof, zij kenmerkt zich door de gemakkelijke verschuifbaarheid harer deeltjes. Bij de verwarming der lucht volgt een gelijkmatige uitzetting, bij afkoeling een gelijkmatige samentrekking. Omgekeerd wordt de lucht bij samendrukking verwarmd én bij uitzetting afgekoeld. Dit laatste is, zooals wij weldra zullen zien, van groote beteekenis bij den z.g. „neerslag", waaronder men verschijnselen als regen, dauw, sneeuw, rijp en hagel verstaat.

De wetenschap, die tot haar voorwerp van onderzoek de verschijnselen van den dampkring of de lucht heeft, is de meteorologie. In het vorige hoofdstuk hebben wij reeds, naar aanleiding van de meteoren, op de afleiding van dit woord gewezen. Komt meteoor van het Grieksche woord meta en airo, opheffen, en beteekent het dus letterlijk: in de hoogte geheven, in de lucht zwevend, hoog boven de aarde, — de meteorologie is dus de wetenschap, die zich bezighoudt met de luchtverschijnselen in den ruimsten zin.

Wij zullen nu eenige van de natuurwetten, die wij als ordinantiën des Heeren eeren, ook op dit gebied der natuur nader doen kennen.

Bepalen wij ons allereerst tot de temperatuur of den graad van warmte der lucht.

Gelijk bekend is, wordt deze gemeten door den thermometer, letterlijk warmtemeter, het bekende instrument, bestaande uit een nauwe glazen buis, die van binnen overal dezelfde wijdte heeft en aan het einde waarvan zich een kogel- of cylindervormig glas bevindt. Is dit laatste met kwikzilver of wijngeest gevuld, de buis zelf is luchtledig. Bij toenemende temperatuur nu zet het kwikzilver of de wijngeest zich uit; bij het zinken der temperatuur heeft er een samentrekking plaats. Deze veranderingen worden op een .schaal" of in deelen afgedeelde lijn, die op of naast de buis is, aangewezen. Naar de verschillende

Sluiten