Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„klinein": buigen of neigen, — mede veroorzaakt door de neiging van de streken der aarde naar de polen.

En dit alles wijst ons op een doel, op een plan, op een gedachte,

op een schikking van onzen God. „ . . ,

In het Noachietisch verbond wordt dan ook gezegd: „Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden." (Genesis 8 : 22.)

En hoe dieper een Christen indringt in het wezen ook van wat men de dampkringsverschijnselen noemt, des te meer wordt hij overtuigd, dat ook hier Gods hand telkens zichtbaar is, en zingt hij het Israëls psalmist na: „De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk." (Psalm 19 : 2.)

X.

DE WIND.

Hij brengt den wind uit Zijne schatkameren voort.

Psalm 135 : 7.

Na de warmte moet, waar wij 's Heeren ordinantiën voor den dampkring onzer aarde indenken, gehandeld worden van den wind.

Wind is beweging van de lucht, en hoe vreemd het wellicht moge schijnen, heerscht ook hier vastheid, wet, ordinantie. Bij den koelen avondwind, die na een heeten zomerdag mensch en dier verkwikt; bij den scherpen nachtwind, die door de verlaten winterstraat giert; bij den sirocco, den zeer heeten en drogen zuidoostenwind, die in het voor- en najaar weken lang over de Middellandsche Zee en Italië waait, en ook bij den wind die aangroeit tot een storm ot een orkaan, zooals men dien met al zijn verschrikkingen nu en dan in de tropische gewesten waarneemt, — bij al deze schijnbaar zoo onregelmatige bewegingen van de lucht heeft menschelijk waarnemen en denken al meer en meer vaste natuurwetten ontdekt; natuurwetten, welker kennis het mogelijk gemaakt heeft, zelfs waarschijnlijke voorspellingen te doen, iets wat — men denke b. v. aan de scheepvaart — voor den mensch ook groot practisch belang heeft.

Het verschijnsel van den wind heeft onder alle volkeren steeds de aandacht getrokken.

Ook onder Israël. .

„De wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijne omgang-en," zoo lezen wij in Prediker i : 6. Blijkbaar wordt hier gedoeld op de afwisselingen van de winden, die in Palestina regelmatiger zijn

Sluiten