Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoeken, die de vlakken met elkander vormen, zekere vastheid, en creldt de wet, dat aan alle kristallen van een mineraal dezelfde vlakken elkaar steeds onder constante of standvastige hoeken snijden. Voora de grootte van deze hoeken is van beteekenis. Om haar te meten, gebruikt men den goneometer of hoekmeter, een werktuig dat voor den

mineraloog- van even groote waarde is als het kompas voor den zeeman,

want het stelt hem in staat, te midden van de verbijsterende verscheidenheid der kristallen, zijn doel te bereiken. En dat doel is, de wetten waarnaar de kristalvlakken geordend zijn, te ennen en us een inzicht te krijgen in de wijze waarop in de natuur de kristalvormen zelf zijn geordend. . .

Deze wetten openbaren zich het duidelijkst in de symmetrie \ an verreweg de meeste kristallen. Onder symmetrie of evenmaat verstaan wii in het algemeen de overeenkomst tusschen de deelen van een geheel. Hier geldt het de gelijkmatigheid of evenmaat, waarmee de gelijke vlakken en gelijke hoeken aan een kristal verdeeld zijn. Men kan zich toch door het kristal heen een vlak denken — het symmetrievlak _ dat het in twee helften deelt, en wel zoo, dat de eene hellt het spiegelbeeld van de andere wordt, m. a. w. dat de vlakken en hoeken op de eene helft van het kristaV juist overeenkomen met de vlakken en hoeken op de andere helft. Er is dus bij de kristallen, zooals zij zich vanzelf in de natuur vormen, evenzeer een symmetrische verhouding als b. v. bij het menschelijk lichaam. Gelijk toch, ^nneer men zich een vlak van boven naar beneden door dit laatste getrokken denkt, de rechter- en de linkerzijde, oog aan oog, arm aan arm en been aan been beantwoordt, zoo bij de kristallen vlak aan vlak en hoek aan hoek. Ja, bij vele kristallen kan men zich zelfs meer zulk

symmetrie-vlakken denken. . , . „ _

Naar het aantal dezer symmetrie-vlakken nu, dat men zich in kristal kan denken, bestaat er tusschen de kristallen onderling overeenkomst en verschil. Zijn er ook kristallen waarin men zulk een symmetrie-vlak niet kan denken, de asymmetrische, in verreweg de meesten kan men dit wel doen. Onder deze laatsten zijn er dan, waarin men óf één, maar ook, waarin men drie, vijf, zeven of negen zulke symmetrie-vlakken kan leggen. Op grond hiervan verdeelt men de kristallen in zes groepen, en wel zulke, die geen, en an e.r(;' één, drie, vijf, zeven en negen symmetrie-vlakken vertoonen. Kristallen met meer dan negen bestaan niet. Ieder dezer zes groepen heet een

krvstalsvsteevi. «

Om de beschouwing en bepaling van de kristallen te \ ergema kelijken, denkt men zich behalve de symmetrie-vlakken ook z.g. asset of rechte lijnen, door het inwendige van het kristal getrokken, \\elk lijnen elkander dan in één punt, in het midden van het kristal, snijden, het z.g. assenkruis. Men trekt daarbij in gedachte deze assen zoodanig, dat men door haar kruis juist zooveel symmetrie-vlakken kan leggen als zich in het kristal van een der zes groepen of systemen laten denken. De aslijnen zijn dan, al naar men met een kristal uit ee der zes systemen te doen heeft, öf alle aan elkander gelijk of alle aan elkander ongelijk, óf gedeeltelijk aan elkaar gelijk, gedeeltelij

Sluiten