Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen het overeenkomstige te vinden, opdat de indeeling en rangschikking straks kan beginnen. De indeeling, in het vorige hoofdstuk, van Phanerogamen en Kryptogamen, en de eersten dan weer in naaktzadigen en bedektzadigen of Kotyledonen, kan dit duidelijk maken.

Maar bovendien heeft nauwkeurige waarneming en nadenken ook geleerd, dat de verschillende organen of werktuigen van iedere plant, welke functie zij in het leven ook vervullen, terug zijn te brengen tot de vier grondvormen: stam, bladeren, wortels en haren, en dat alle andere vormen, die men aan de plant waarneemt, niet anders zijn dan omvormingen, gedaanteverwisselingen dus, van een dezer vier grondvormen. . ,

Op grond van Gods Woord kunnen wij het niet anders zien, clan dat ook deze verandering van vorm in de ééne plant plaats grijpt naar Gods bestel en onder Zijn inwerking.

Voorop sta hier, dat met de evolutie-theorie, in welken vorm ook, deze leer van de gedaanteverwisseling, die de grondvormen van de organen der plant gedurende haar groei ondergaan, niets heeft te maken.

Is „Meta-morphose" het Grieksche woord voor ons „gedaante-verwisseling", men noemt deze gedaanteverwisseling van de vier grondvormen der verschillende organen van een plant dan ook Metaviorpkose.

En het is deze Metamorphose, waaraan de Morphologie der planten bovenal hare aandacht wijdt. .

Het is te verstaan, dat vooral bij de jonge planten, en dus in de lente, deze Metamorphose zich het best laat waarnemen.

Was zij ook vóór hem reeds opgemerkt, Goethe, de Duitsche dichter, tevens verdienstelijk natuuronderzoeker, heeft er zijn bijzondere opmerkzaamheid op gericht. Staat hij met zijn wereld- en levensbeschouwing als beslist ongeloovige, als Pantheïst en Spinozist, lijnrecht tegenover het Calvinisme, zoodat, bij al hun ethisch schoon, tegen de lezing van vele zijner dichtwerken en, bij al hun keurigheid van vorm, ook tegen sommige zijner wetenschappelijke werken, van ons religieus en ethisch standpunt uit eer moet gewaarschuwd dan ^ er toe aangespoord, toch moeten wij Goethe hier noemen, omdat hij de eerste is geweest, die in een nog altijd — met name voor hen, die zich aan natuurstudie wijden — lezenswaardige verhandeling over: „de Metamorphose der planten", dit natuurgebeuren heeft beschreven.

Ja, zóó machtig greep de waarneming van dit feit hem aan, dat hij het in een gedicht, dat denzelfden titel draagt, heeft bezongen.

In dat gedicht komt de bekende, vaak geciteerde versregel voor:

„Alle Gestalten sind Uhnlich, und keine gleichet der andern."

In 't Hollandsch: Alle gestalten zijn gelijkend en geen is gelijk

aan de andere. ..

De Metamorphose in de plantenwereld zou men kunnen omschrijven als de verschillende omvorming van morphologisch-gelijke leden tot verschillende physiologische doeleinden.

Sluiten