Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een mannelijk en een vrouwelijk dier van dezelfde soort noodig. Het vrouwelijke levert daarbij het te bevruchten ei, het mannelijk dier het bevruchtende zaad. Door dit laatste wordt in het ei het leven gewekt, waarmee het embryo ontstaat en het levens- en ontwikkelingsproces aanvangt.

Dan, naast dit vegetatieve leven met zijn drieërlei functie van groei, voeding en voortplanting, vindt men nu bij het dier min of meer bewuste gewaarwording, en daarmee gepaard gaande willekeurige beweging. Uit de wijze waarop de eerste zich in de laatste openbaart, mogen wij besluiten, dat het dier, evenals wij, lust- en onlust-gevoel kent.

Later, bij de bespreking van 's Heeren ordinantiën ook voor het „zieleleven" der dieren, hopen wij hierop nader terug te komen.

Vatten wij thans het hier bovengemelde saam, dan kunnen wij het dier voorloopig omschrijven als: een organisme, dat als de plant, zij het ook op andere wijze, door groei en voeding het vermogen tot zelfbehoud, en door voortplanting dat tot instandhouding van zijn geslacht bezit, maar bovendien de geschiktheid heeft tot bewuste gewaarwording en willekeurige beweging, die ons op lust- en onlustgevoel wijzen.

Spraken wij zooeven, in verband met den groei van het dierlijk organisme, van de cel, ook bij dit organisme bestaat de groei in een vermeerdering en vergrooting van cellen, en het is hier dan ook de plaats, iets mede te deelen over de dierencel.

Het is Gods ordinantie, dat ook het dier evenals de plant van binnen uit opgebouwd wordt uit de cel.

Wat men in de plantkunde, gelijk wij reeds hebben gezien, de Morphologie of de leer van den vorm der plant noemt, is in de dierkunde tot twee afzonderlijke wetenschappen geworden: de Anatomie en de Ontogenie. De laatste, ook wel Embryologie genoemd, houdt zich bezig met de nog ongeboren vrucht en haar ontwikkeling.

Ook van wat deze wetenschap omtrent de vaste wet en ordinantie in het natuurgebeuren ontdekte, en waarbij het „als een borduursel gewrocht" (Psalm 139 : 15) ons bij dier en mensch met stille bewondering voor het werken van onzen God vervult, hopen wij later iets mede te deelen.

De Anatomie — het woord komt van het Grieksche ana en temnein = opensnijden, ontleden — splitst zich dan weer in die der cellen en haar weefsels, en in die der organen of werktuigen van het tot ontwikkeling gekomen dier.

Bij de Anatomie van cellen en weefsels — die der laatste duidt men gewoonlijk als „weefselleer" of histologie, van het Grieksche woord histos of weefsel, aan — is het vooral het gebruik van den microscoop, waaraan de belangrijkste ontdekkingen zijn te danken.

Sluiten