Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat er zoowel de spijsvertering en ademhaling-, als de circulatie en de excretie onder wordt verstaan, en de voortplanting.

Dit alles vindt men wezenlijk, zij het ook op andere wijze, ook bij de planten.

Hierin is de plantenwereld een praeformatie, letterlijk een vóórvorming, van de dierenwereld, gelijk het lager georganiseerde van het hooger georganiseerde dier.

Geen evolutie, maar wel praeformatie, hebben wij omtrent de wereld van het organische te belijden.

Geen evolutie, dat wil zeggen, geen ontwikkeling van het lagere uit het hoogere.

Geen evolutie „mechanisch" gedacht, d. w. z. als gevolg van druk en stoot van blind werkende bezielde atomen der „levende stof", zoodat er van een gedachte en een doel geen sprake bij is en het alles gebeurt zonder God. Maar ook evenmin een evolutie meer ideëel gedacht, zoodat er bij de ontwikkeling van lager uit hooger wel idee, gedachte en doel werkt, maar het toch hierop neerkomt, dat de wereldgrond of wat men dan God gelieft te noemen, zich zelf ontwikkelt om, door het an-organische en het vegetatieve en animale heen, eindelijk de menschwording te bereiken.

Is de eerste vorm waarin de evolutieleer zich vertoont, atheïsme, de laatste is niet anders dan pantheïsme, wijl de grens tusschen Schepper en schepsel, God en wereld, er door wordt uitgewischt. De katholiek-Christelijke belijdenis: Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper van hemel en aarde — gaat tegen deze beide vormen van de evolutieleer vlak in.

Volkomen in overeenstemming met die belijdenis, en door waarneming en nadenken geëischt, is daarentegen het erkennen van de praeformatie in de organische wereld.

In heel de wereld schouwt de geloovige de gedachten Gods. In de schikking, de ordinantie der wereld, ziet hij die gedachten al rijker en voller uitgedrukt. Tusschen het an-organische en het organische, tusschen de wereld van plant en dier, zijn van God gestelde grenzen, maar ook in ieder dier gebieden heeft God Zijn gedachten al rijker uitgedrukt, opdat wij ze zouden vinden.

Er is een bouw, een systeem, een samenvoeging van Goddelijke gedachten in de wereld.

Dat systeem geheel te doorzien, zou de voltooide wetenschap zijn.

Waarneming en denken trachten er naar, haar te bereiken.

En als men van het lagere tot het hoogere opklimt, wordt ongetwijfeld het laatste uit het eerste al beter verstaan.

Door de plantenwereld leeren wij zooveel beter de dierenwereld, door het lager georganiseerde het hooger georganiseerde dier kennen.

Sluiten