Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij staan alle, gelijk wij zagen, in zeer nauwe betrekking tot de zenuwen.

Bij de hoogere dieren, met name weer de ge wervelden — visschen, amphibieën, kruipende dieren, vogels en zoogdieren — onderscheidt men vijf „zinnen" en dus ook vijf zintuigen, die als tast-, smaak-, reuk-, gehoor- en gezichtsorganen worden aangeduid.

_ Het gansche systeem van gewaarwordingsorganen — zenuwen en zintuigen — vertoont evenals dat van de vegetatieve organen in de dierenwereld verschil van graad in zijn organisatie. Ook hier vinden we weer de praeformatie, waarop in den aanvang gewezen werd.

Opgebouwd uit de voor prikkels gevoelige cel, vertoont reeds een zoo laag georganiseerd dier als de spons, wiens hoornachtig, dradig skelet door ons als reinigingsmiddel wordt gebruikt, sensibiliteit. Bij ietwat hoogere dieren vindt men echter reeds iets wat op afzonderlijke gewaarwordingsorganen wijst. Zoo bezit de hydra, of zoetwaterpoliep, reeds verstrooid liggende, maar toch met elkander verbonden zenuwcellen. Bij kwallen en stckelhuidigen — b. v. zeesterren en zeelelies — vindt men een afzonderlijk gewaarwordingsorgaan, in den vorm van een uit zenuwvezels bestaanden ring, waaruit zich dan bij de stekelhuidigen verschillende zenuwen verspreiden.

De scheiding tusschen een centraal en een peripherisch zenuwstelsel vertoont zich eerst bij de wormen.

Bij sommige insecten, zooals bijen en mieren, vindt men een hooge ontwikkeling van de in den kop liggende zenuwen. De hoogste ontwikkeling van het zenuwstelsel treft men echter, gelijk boven reeds is opgemerkt, bij de gewervelde dieren. Ook onder hen heerscht echter weer, met name in den bouw der hersenen, meer of min gecompliceerdheid. Eigenaardig is bij hen allen het ruggemerg, een machtige, strengvormige zenuwmassa.

En ook met betrekking tot de zintuigen geeft de dierenwereld een dergelijke praeformatie te zien.

Het primitiefste zintuig zijn de zintuigcellen, welke men vindt in de opperhuid van de laagst ontwikkelde dieren en die zoowel tot drukals tot warmte- en lichtgewaarwording dienen.

Door heel de dierenwereld heen blijft trouwens de opperhuid een groote gevoeligheid behouden.

_ De hoogere organisatie der zintuigen openbaart zich echter ook hierin, dat voor de verschillende soorten van prikkels ook afzonderlijke organen ontstaan.

De smaakorganen zijn schier uitsluitend eigen aan de gewervelde dieren, en liggen vooral in de tonghuid. Zij dienen voor de gewaarwording van de chemische hoedanigheid der voeding.

Reukorganen komen daarentegen reeds bij meer eenvoudig ingerichte

Sluiten