Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spiergroepen met de daartoe behoorende skeletdeelen als zelfstandige vrije ledematen — pooten, vinnen, vleugels — als organen voor de beweging op. Bij de gewervelde dieren zijn nooit meer dan twee paren van zulke vrije ledematen aanwezig, die als voor- en achterste ledematen onderscheiden zijn en waarvan de voorste met den schouder, de achterste met den bekkengordel aan het skelet zijn verbonden en daardoor in verbinding staan met de wervelkolom of ruggegraat.

Zoo vertoonen ons ook de organen voor de animale levens\ errichtingen — gewaarwording en beweging — niet minder dan de in het vorig hoofdstuk besprokene voor de vegetatieve — voeding en voortplanting — die wondere schikking en ordinantie, welke ons ook bij het dierenlijf doet zeggen: „God heeft de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft.

XXI.

DE ZIEL DER DIEREN.

Want de ziel van het vleesch is in het bloed; daarom heb Ik het u op het altaar gegeven, om over uwe zielen verzoening te doen: want het is het bloed, dat voor de ziel verzoening zal doen.

Leviticus 17 : 11.

Ons onderzoek naar 's Heeren ordinantiën in de natuur nadert, voor zoover het de zinnelijk waarneembare natuur betreft, zijn einde,

Begonnen bij 's Heeren ordinantiën voor de sterrenwereld,^ liep het, nadat van die voor den dampkring was gehandeld, over s Heeren ordinantiën in de aardsche sfeer, en wel van die voor de wereld der delfstoffen, der planten en der dieren. In de laatste twee hoofdstukken spraken wij over de organen van het dierenlichaam, zoowel voor de vegetatieve als de animale levensverrichtingen, en wezen daarbij op de praeforviatie van het hoogere in het lagere, die de organische wereld ook hier te aanschouwen geeft.

Het is in deze praeformatie dat wij, als het ware, de lijnen van het Goddelijk scheppingsplan kunnen volgen; dat wij kunnen terugdenken, van lager tot hooger opklimmend, tot de praedestinatie of voorbeschikking van de organische wereld, zooals zij van vóór de schepping van eeuwigheid in God vastligt.

God de Heere heeft het zoo beschikt, en naar dit Zijn vast besluit, Zijn gemaakt bestek voert Hij het door de inwerking Zijner alomtegenwoordige kracht uit.

Sluiten