Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zoo zal een kind des Heeren dan ook nóg de voorzienigheid van zijn God over hem niet slechts beperken tot de ure toen hij in de wereld werd uitgestooten, maar ook tot wat achter zijn geboorte ligt.

Zoo schrijft dan ook Wormser in een brief aan Groen van Prinsterer dd 4 Tuni 1849: „Ik vier heden met blijdschap in den Heer mijn 42;ten verjaardag. Eene bijzonderheid, die mij slechts korten tijd bekend is draagt hiertoe bij. Ik ben één van tweelingen en ten gevolge van een ongeluk, aan mijn moeder overkomen, kwam mijn tweeling-broeder met een verbrijzeld hoofd ter wereld, doch ik werd gaaf en gezond geboren. Mijn geheele levensloop, die mij op dezen dag duidelijktr dan anders voor den geest staat, is de ontwikkeling van dit begin. Dikwijls was ik in de schaduw van den dood, ook door onbezonnenheid; maar aan de uitredding ontbrak niets. En toen later (nadat ik op 23-jarigen leeftijd door den Heer gebracht was tot de gemeenschap Zijns Zoons, en alzoo in waarheid van den dood tot het leven was overgegaan) meermalen de ondergang van mij en mijn gezind ook om de bel^denis van des Heeren naam, onvermijdelijk scheen voerde Hij mij telkens van onder de baren en golven die over mij waren heengegaan, zonder eemg letsel en zelfs met dubbelt n en driedubbelen voorspoed, weder uit, en betoonde Hij zich steeds mijn getrouwen God en Zaligmaker. Met hoeveel regt mag ik dan met den psalmist (Ps. 71 ;.6) tot den Heer zeggen. „Aan mijner moeders ingewand aan zijt Gij mijn Lithelper.

Wijst de embryologie ons op een vast plan in de Schepping, een praeformatie van het hoogere in het lagere, met min er rlit de versreliiking 'van het geraamte bij den mensch en het dier.

Ook dit kunnen wij hier niet in bijzonderheden aanwijzen en we zullen ons daarom, bij wijze van voorbeeld, alken .bcP^en ^ Je •

De vergelijkende anatomie of ontleedkunde wijst ons op, het:/^ dat er tusschen de beenderen van de menschehjke hand wat aantal ligging en verbinding betreft, en die van den poot van het dier e

merkwaardige overeenkomst bestaat. .

Om dit te verduidelijken, zullen wij beginnen met een beknopte beschrijving te geven van 't geraamte van 'n menschelijke hand.

Het handskelet dan bestaat uit drie deelen: de handwortel, die a den arm bevestigd, samengesteld is uit twee dwarsnjen van korte beenderen; de middenhand? die uit vijf lange en sterke beenderen bestaat, en eindelijk de vijf vingers met de twee botten in den du

en de drie in de overige vingers.

De vergelijking nu van de hand van 'n mensch met die \an een e-orilla of orang-oetang vertoont, bij alle verschil, groote overeenkomst, iris smaSer dan die^van den eersten, korter dan die van den tweeden aan maar overigens heeft zij dezelfde botten en zijn deze in aantal, ligging en verbindingen gelijk. De overeenkomst gaat echter nog verder dan die tusschen de hand van den mensch en jandenaap^ Ook de voorpoot van een hond, de borstvin van een zeehond en van

Sluiten