Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een dolfijn vertoonen denzelfden bouw. En dit geldt evenzeer van de voorhand van een mol en den voorpoot van het laagst ontwikkelde onder de zoogdieren, het vogelbekdier. Ja, de analogie reikt ver over de groep der zoogdieren heen, want ook de vleugels van den vogel, de voorpooten van kruipende dieren en amphibieën zijn op dezelfde wijze en uit dezelfde botten samengesteld als de armen van den mensch en de voorpooten van de zoogdieren.

Wij laten de analogie of overeenkomst tusschen het lichaam van mensch en dier, met name de zoogdieren, hier verder rusten.

Slechts zij hier herinnerd, hoe ook zoowel de organen voor de vegetatieve verrichtingen, d. w. z. voor de voeding, in den ruimsten zin, zoodat er ook spijsvertering, ademhaling, bloedsomloop en secretie onder begrepen zijn, en voor de voortplanting, als de organen voor de animale verrichtingen, d. w. z. voor gewaarwording door middel van zenuwen en zintuigen en beweging door middel van de spieren, gelijk zij gevonden worden bij den mensch, met die welke de dieren voor dezelfde verrichtingen bezitten, bij alle verschil groote overeenkomst vertoonen. Overal vindt men ook hier in het dierenlichaam het menschelijk lichaam gepraeformeerd; vindt men de ééne vaste ordinantie, waarnaar èn mensch èn dier is geschapen; een ordinantie, die echter, bij al haar eenheid, toch ook weer in de groote verscheidenheid van vormen tusschen mensch en dier, tusschen de dieren onderling, den rijkdom van Gods gedachten in de aardsche natuur openbaart.

Is reeds vroeger, bij de behandeling van 's Heeren ordinantiën voor het dierenlichaam, gesproken van het menschelijk oog, wij willen thans nog, als voorbeeld van de wondere inrichting van het menschelijk lichaam, iets meedeelen van het oor, dat met het oog tot de meest samengestelde zintuigen behoort.

Wij hebben daarbij allereerst te letten op het uitwendig oor, dat uit de oorschelp en de uitwendige gehoorgang bestaat. De eerste vangt de door de lucht voortgeplante geluidstrillingen op, die daardoor in de inwendige gehoorgang komen, een kanaal, dat deze trillingen door terugkaatsing aan zijn wanden voortplant. Deze gehoorgang is van binnen afgesloten door het trommelvlies, dat zelf door de geluidstrillingen in een trillende beweging wordt gebracht. Achter het trommelvlies ligt de trommelholte, welke door een buis in de neusholte uitmondt. In deze trommelholte bevinden zich de drie gehoorbeentjes: de hamer, het aanbeeld en de stijgbeugel, welke op hunne beurt door de trilling van het trommelvlies in beweging worden gebracht. De dus voortgeplante geluidstrillingen worden nu, door middel van den stijgbeugel, uit de trommelholte overgebracht naar het labyrint of doolhof. De uitdrukking is ontleend aan wat de Ouden noemden een

Sluiten