Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijsgeeren, volgens wie het wezen der wereld idee of geest zou zijn, het materialisme zeer vele voorstanders. En sommige dezer materialisten wisten voor hun wereldbeschouwing ook onder het volk aanhangers te winnen,

In het jaar 1855 schreef, om uit de rijke literatuur dier dagen slechts één, en dan wel een zeer bekend werk, dat in breeden kring grooten invloed geoefend heeft, te noemen, Ludwig Büchner zijn Kracht en Stof", een boek, in dertien talen overgezet, en waarvan de Duitsche uitgave zeventien drukken heeft beleefd. Voor menschen, die zwak staan op het stuk van de Schrift en bovendien nooit ernstig hebben nagedacht over de vraag: wat kunnen wij weten? is dit werk gebleken een beproefd middel te zijn om ze voor „het materialisme"^ te winnen. Vandaar, dat het, ook ten onzent, door de „vrijdenkers' ijverig is verbreid, en ook nog steeds prijkt op de lijst van de propagandaliteratuur der sociaal-democratie.

Dit vlot geschreven, niet al te lijvige werk van den Duitschen geleerde, dat den argelooze onder de bekoring brengt van nu eens alle problemen, alle vragen over wereld en leven op te lossen — doordat het voor hem het Heelal in en uit elkaar zet of het een legkaart is — zal den van Schrift en Kerk reeds innerlijk vervreemden lezer, vooral indien hij zich zelf geen rekenschap geeft van de toch zoo eenvoudige vraag, hoe deze schrijver dat alles nu zoo weten kan straks ook het laatste sprankje van geloof aan een geestelijke wereld doen verliezen. Voor menig, met natuurwetenschap en wijsbegeerte nu niet zoo heel vertrouwd volksredenaar is dit boek een waar tuighuis geweest, waaruit hij zijn wapenen haalde ter bestrijding van de Christelijke wereldbeschouwing. Dus toegerust, was hij dan in staat, aan een schare van voor hun brood zwoegende arbeiders, tegenover wie de Kerk haar taak had verzuimd, te beduiden, dat men thans zeker wist, doordat de „wetenschap" het had uitgemaakt, dat er geen persoonlijke God, geen onsterfelijke ziel, geen geestelijke wereld is. En nog niet zoo lang geleden was „Kracht en Stof ook het boek, waaraan wijsneuzige kwakjes uit de hoogere klassen van een gymnasium en, op het stuk van de grenzen van ons kenvermogen nog argelooze studenten uit het eerste academiejaar, die öf te huis nooit van het Christendom hadden gehoord, óf nog te kortzichtig waren om er iets van te begrijpen, hun — zelfs den vrijzinnigen papa's wel wat schrille en verbijsterende — theorie ontleenden, dat er eigenlijk niets was dan „stof".

Thans echter is „Kracht en Stof" van Büchner zoon beetje uit den

tijd geraakt.

Nu moet men bij de „materialisten" wel onderscheiden.

Gij kunt er ontmoeten, die, niettegenstaande hun goddelooze wereldbeschouwing, eerlijke, arbeidzame, matige en kuische menschen zijn ; menschen, bij wie de natuur boven de leer gaat, doordat zij van huis uit zedelijk zijn aangelegd en Gods gemeene Gratie in hun natuur de doorwerking van veel zondigs stuit.

Sluiten