Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hebben daarbij gevonden, dat scherp moet onderscheiden tusschen den ongeschapen en den geschapen geest, en bij den laatste tusschen het wezen van den engel en dat van de ziel des menschen.

Over God als den ongeschapen geest, en den Heiligen Geest, die in Hem is, kan hier, waar het over 's Heeren ordinantiën gaat, die Hij oplegt aan Zijn creatuur en waar Hij, als de souvereine Schepper, dus boven staat, uiteraard niet verder worden gehandeld. "Waar het toch in dit werk om gaat, is niet anders dan wat men ook wel noemt de „wereldorde". Wordt deze in God, als haar diepsten grond, liggende wereldorde gewoonlijk onderscheiden in een natuurlijke en zedelijke wereldorde — niet over het aanbiddelijk wezen van den Eeuwige, maar slechts over de ivereld, Zijn wereld in de relatie tot Hem, gaat dus ons onderzoek.

Behandelen wij nu onder de natuurlijke wereldorde of wat wij noemen: 's Heeren ordinantiën in de natuur, óók de geestelijke wereld, dan springt daarbij in het oog, dat wij hier natuur en geest niet als

tegenstelling bedoelen.

Zeker, men kan ook dit laatste doen, doch het woord geest heeit dan een veel enger zin dan dien wij er hier aan hechten.

Stelt men toch het natuurlijke en het geestelijke tegenover elkaar, het laatste wordt dan, wijl het natuurlijke juist datgene is, wat geworden is onafhankelijk van 's menschen willen, beperkt tot _ en valt samen met het zedelijke, of wat aan 's menschen willen wel hangt.

In dien zin staat dan het natuurlijke, als de noodwendigheid, tegenover het geestelijke als de vrijheid.

Daar is een ook anders kunnen uitgesloten; hier is het zoo, maar ook anders kunnen, mogelijk. Al valt ook de vrijheid, in den hoogsten zin, saam met de noodzakelijkheid.

Maar dat geestelijke is een veel enger begrip dan het geestelijke wat wij hier bespreken. Het geestelijke in tegenstelling met het natuurlijke toch, is niet anders en niet meer dan een bepaalde wijze van werking in den creatuurlijken geest, en wel wat men noemt zijn wilswerkingen of zijn zedelijke actie; datgene wat hij doet na redelij overleg, met „lubentia rationalis" of redelijken lust.

Wij willen trachten dit te verduidelijken.

Het natuurlijke is al het, van uw willen onafhankelijk, gewordene.

Zoo kan men spreken van de natuurlijke gesteldheid van een land, en in datzelfde land is dan nog weer die natuurlijke gesteldheid onderscheiden, hier kleigrond en daar zandgrond. Nu laat zich echter geen vlakland van 'n bergland, en evenmin van zandgrond kleigrond maken. Evenmin is een man in een vrouw of een vrouw in een man te veranderen. Dit alles is en blijft, zonder dat uw willen er iets aan doen kan. Niemand wil zelfs, dat het anders wordt; hoogstens kan

Sluiten