Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrijden en daarom hier niet van de engelen Gods, maar uitsluitend van Gods ordinantiën voor de engelen handelen.

Kan men, 'ook al valt bij den Eeuwige niet van een verleden of een toekomst te spreken, in goeden zin zeggen, dat God nooit zonder de wereld is geweest, omdat zij reeds, vóór Hij haar schiep, van eeuwigheid bestond in Zijn Raad, en mitsdien in heel haar verloop, en dat tot in de kleinste en fijnste bijzonderheden toe, door Hem is vóór-beschikt, gepraedestineerd, — deze Zijn ordinantie ging dan

uiteraard ook over de engelen.

Nu doet zich hier echter voor ons kenvermogen een groote moeilijkheid op. , j.

Een moeilijkheid, die niet ligt in het begrip van de voorverordineering dezer geschapen wezens, althans niet voor ons Calvinisten, maar in

iets geheel anders. , , , . ....

Noem het woord engel en, afgezien nu van het overdrachtelijk gebruik waarin een moeder van haar kindje, een jonge man van zijn meisje, of ook de armen van hun weldoenster als van hun „engel spreken, in negen van de tien gevallen verbindt zich daaraan de voorstelling van 'n schoone, menschelijke gestalte, liefst met vleugels.

Dit nu is, volgens de Schrift — en, het zij nog eens herhaald, buiten de Schrift weten wij omtrent engelen niets — eenvoudig onjuist, niet overeenkomstig met de werkelijkheid. Zij, de Schrilt, leer ons toch met nadruk, dat engelen geesten zijn; denk slechts aan het bekende woord uit Hebreen 1 : 14: «Zijn zij niet alle gedienstige geesten", en ook, hoe de verrezen Heiland zelf heeft gezegd, dat een geest geen vleesch of been heeft (Lukas 24 : 39).

De moeilijkheid ligt nu hierin, dat wij menschen, als geestelijkzinnelijke wezens, ons geen voorstelling kunnen maken van een „geest .

Onze voorstellingen toch worden gewekt door zinnelijke gewaar-

wordingen. ## ..

Om een voorstelling te hebben van kiespijn, moet men eerst pijn in ziin kiezen hebben gevoeld, en van alle pijn, die ge weet dat een ander nimmer gehad heeft, zegt ge dan ook te recht: Ja wel, ge kunt er goed over praten, maar ge kunt u niet voorstellen, wat het is, ge moest het zelf maar eens voelen." Van een melodie kunt ge u evenmin een voorstelling maken, tenzij gij haar hebt gehoord, of ten minste in notenschrift onder uw oogen hebt gehad. En zoo kunt ge u ook geen duidelijke voorstelling maken van een boom of een bloem, een leeuw of een tijger, tenzij, door middel van uw oogen, zulk een voorstelling gewekt is. Van den blinde, door Jezus genezen, lezen wij, dat hij zelf aanvankelijk zegt: „Ik zie de menschen; want ik zie hen als boomen wandelen," en eerst als de Heere voor de tweede maal de handen op zijn oogen heeft gelegd, zag hij hen allen ver en

klaar. (Markus 8 ; 24 en 25.) ^ .iVWc

Wii zullen later gelegenheid hebben, op dit verhaal van Bethsaiclas

blinde terug te komen, doch hier mag er reeds op gewezen, dat in

Sluiten