Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar met dit al is er noch een inwendige, noch een zinnelijke waarneming van de ziel. ,, ,

Gij meent noch innerlijk waar uw eigen ziel, noch kunt gij zien of hooren of tasten de ziel uwer medemenschen.

Het feit waarop zij, die de onkenbaarheid der ziel leeren, zich bij voorkeur beroepen, haar onwaarneembaarheid, is dus onweerlegbaar.

Een andere vraag is echter, of nu uit dit niet op eenigerlei wijze kunnen waarnemen van de ziel noodzakelijk moet volgen, dat zij ook onkenbaar is.

De beoefenaars der zielkunde, met wie ook wij, in tegenstelling met de zooeven genoemden, een antwoord meenen te moeten zoeken, en ook te kunnen vinden, op de vraag: Wat is de ziel? zijn van oordeel, dat die vraag ontkennend moet beantwoord; dat dus de ziel, al is zij onwaarneembaar, daarom nog niet onkenbaar is.

Over de wijze waarop men die kennis kan verkrijgen, bestaat echter weer verschil.

Daar zijn er, die meenen, dat de menschelijke rede, zonder meer, ons

die kennis kan aanbrengen.

Denken, nadenken over de menschelijke ziel, zal ons ten slotte het raadsel ontsluieren, ivat zij is, ons doen kennen haar wezen.

Langen tijd heeft de denkende menschheid dit gevoelen gekoesterd, en nog zijn er denkers, aan wie groote scherpzinnigheid niet valt te ontzeggen, die in deze illusie leven.

De laatste uitdrukking is niet te sterk.

Wat toch is het geval?

Door hen, die gedacht en nagedacht hebben over het wezen der ziel, is niet één, maar zijn zeer verschillende antwoorden achter het vraagteeken: Wat is de ziel? geplaatst. ^ „

In Oud-Indië, in het tegenwoordige Hindustan, hebben de „wijzen zich met deze vraag evenzeer beziggehouden als in Griekenland, en later ook in andere landen van Europa.

Om ons nu maar alleen te bepalen tot het Europeesche denken, is het opmerkelijk, dat zijn voornaamste en meest bekende vertegenwoordigers zeer tegenstrijdige bepalingen geven van het wezen der ziel. Niet slechts geesten van zoo verschillenden aanleg aan de idealist Plato en de materialist Democritus droegen een tegenstrijdige psychologie voor, maar ook meer verwante geesten, zooals Descartes en Spinoza, houden er een eigen zielkunde op na.

De menschelijke rede nu is, zooals wij later hopen aan te wijzen, bij alle verschil van individueelen aanleg, altijd en overal één en dezelfde.

Ware het dus mogelijk, uit de rede, zonder meer, het gevraagde antwoord te vinden; ware het mogelijk, door denken alleen er achter te komen, wat de ziel is; de wereld zou niet zoovele en zoo \elerlei antwoorden van de denkers hebben vernomen.

Sluiten