Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voegen wij hier nog aan toe, hoe, in het tweede boek der Makkabeën, de moeder der zeven zonen, „haar vrouwelijken geest door mannelijken moed versterkend", als zij hen tot standvastigheid vermaant, en aanspoort, zich liever te laten doodmartelen dan van het verboden zwijnenvleesch te eten, tot haar kinderen zegt: „Ik weet niet, hoe gij in mijn schoot zijt ontstaan, en ik heb u den adem en het leven niet geschonken, noch de bestanddeelen van ieder uwer geordend, (h. 7 : 22.)

— /

In de eerste afdeeling, die over 's Heeren ordinantiën in de stoffelijke natuur ging, hebben wij reeds van wat de natuurstudie sedert ontdekte omtrent dit subtiel natuurgebeuren, het ontstaan van het menschelijk lichaam uit de bevruchte ei-cel, vrij uitvoerig gesproken,

en laten dit dus hier rusten. ,

Waar het ons hier echter vooral om is te doen, is, duidelijk te doen uitkomen, dat het lichaam van het ongeboren kind, óok in de periode waarin men gewoonlijk aanneemt dat de ziel er nog niet is '"geschapen, niet alleen leeft, maar ook reeds uit eigen beginsel levensverrichtingen volvoert.

Wanneer toch na ongeveer drie maanden de ontwikkeling, onder Gods inwerking, tot op zekere hoogte gekomen is, zijn alle organen, alle werktuigen voor de verschillende levensverrichtingen reeds aanwezig, al is hun ontwikkeling ook nog niet voltooid.

Wij hebben die organen, reeds vroeger, leeren onderscheiden als die voor de vegetatieve en die voor de animale levensverrichtingen, d. w. z. zulke, die de mensch met de planten, en zulke, die hij met de

dieren gemeen heeft. . , ,

Bij de organen voor de vegetatieve levensverrichtingen leerden w ij toen onderscheiden tusschen voedings-organen in den meest ruimen zin, zoodat er niet slechts die voor de vertering, maar ook die voor ademhaling, bloedsomloop en afscheiding onder begrepen zijn; en tusschen voortplantings-organen. Bij die voor de animale levensverrichtingen leerden wij onderscheiden tusschen die voor de gewaarwording — zenuwstelsel en zintuigen, en die voor de beweging — b. v. de spieren.

Nu is het zeker, dat het embryo nog niet door middel van al deze organen werkt. Even zeker, dat het b. v. gevoed wordt door het moederbloed en tevens de, voor zijn leven noodige, gassen daaruit ontvangt, en dan ook zelf nog niet ademt. Toch is er met dat al reeds ook zelfstandige levensactie ook in de bovengenoemde periode.

Het hart van het embryo klopt, reeds in het begin der vierde maand, en daarbij is het eigenaardige, dat de „harttonen", die men kan beluisteren, een anderen rhythmus, een andere klankmaat van den hartslag hebben dan die der moeder. Eenige weken later beweegt het zijn ledematen, strekt arm of been, iets wat evenzeer wijst op een zelfstandige werking, en wel van zenuwen en spieren. Eindelijk valt te besluiten uit wat bij het geboren kind in de darmen is waar te nemen, dat het als embryo heeft geslikt, en ook blijkt, dat de nieren hebben gewerkt.

Sluiten