Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zekere hoogte, reeds zelfstandig werkende lichaam door God is ingeschapen toen dat lichaam nog in den moederschoot was, lichaam en ziel zijn dan wèl te onderscheiden.

Zii zijn niet uit elkander ontstaan. .

De ziel is niet voortgebracht door het lichaam, en evenmin het

lichaam door de ziel. „ . , T •

Het lichaam, het levende lichaam, is eerder dan de ziel. Lichaam en ziel zijn dan ook niet twee zijden, twee bestaanslus^ van den eenen mensch maar de mensch bestaat uit lichaam en ziel., Gelijk bi] de tweeheid van stof en geest, moeten wij met ons denken ook blijven staan bij de tweeheid van ziel en lichaam.

Dit is het dualisme der Schrift. .. . ,

En als Christenen belijden wij immers, dat wij met lichaam en ziel

DeS door God in het lichaam geschapen ziel is dan ook niet een eigenschap van het lichaam, en evenmin een kracht die er eerst later bijkomt, maar wel degelijk iets dat, tegenover het lichaam, tot op

zekere hoogte een zelfstandig bestaan heeft.

Het begrip substantie" of zelfstandigheid, hoeveel bezwaren er aan verbonden zijn, kunnen wij ook hier niet missen en moeten wij toe-

Pa\VijT spreken van en nemen innerlijk waar ziels werkingen zooals denken en willen, haten en liefhebben; maar de ziel is meer dan bloote „werking", meer dan „het geheel harer werkingen ^ Kunnen wij ons deze werkingen niet voorstellen zonder een kracht die werkt, de ziel is ook meer dan een „kracht". Deze kracht is gebonden aan, werkt in, of hoe men het ook wil omschrijven, iets, en dat iets is de onstoffelijke, eenvoudige, onsterfelijke, door God telkens weer geschapen zelfstandigheid of substantie, die wij ziel noemen.

Hoe ook op het lichaam aangelegd, hoe innig ook met het lichaam verbonden, de eens geschapen ziel kan bestaan en werken ook zonder het lichaam, want de Schrift openbaart ons, dat na het sterven, dat is na de scheiding van ziel en lichaam, de ziel des menschen niet als die der dieren ophoudt te bestaan en dus te werken, maar, zij het dan ook tijdelijk en tot zij in „de opstanding des vleesches met haar lichaam weer vereenigd wordt, blijft bestaan en werkt.

En evenzoo vonden wij, dat het lichaam van het nog ongeboren kind, op een tijdstip waarin wij als creatianisten aannemen dat er nog geen ziel in aanwezig is, als een eigen organisme bestaat en

werkt, zonder de ziel. .. , .

„Ziel" zoowel als „lichaam" hebben wij ons dus bij den mensch

denken als twee substanties, twee „zelfstandigheden .

Wij zouden hier niet zoo lang bij stilstaan, indien er met voor het denken en daarmee ook voor het leven zooveel aan hing om dit goed te verstaan. Denkt men zich toch de ziel als een bloote „werking of zelfs ook als niet meer dan een „werkzame kracht , en ontkent

Sluiten