Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

LICHAAM EN ZIEL. — ZETEL DER ZIEL.

V oorts, als ik te Troas kwam, om het Evangelie van Christus te prediken, en als mij eene deur geopend was in den Heere, zoo heb ik geene rust gehad voor mijnen geest, omdat ik Titus, mijnen broeder, niet vond.

2 Corinthe a : 12.

W ant ook, als wij in Macedonië gekomen zijn, zoo heeft ons vleesch geene rust gehad, maar wij waren in alles verdrukt: van buiten was strijd, van binnen vrees.

2 Corinthe 7 : 5.

Van ons onderzoek naar 's Heeren ordinantie voor het wezen der ziel brengt dit hoofdstuk het slot.

Uit wat God ons in Zijn Woord omtrent het ontstaan der ziel bii den eersten mensch heeft geopenbaard; uit wat waarneming en nadenken bij het nog telkens ontstaan van een menschelijk wezen doen vermoeden, hebben wij getracht een antwoord te vinden omtrent het wezen der menschelijke ziel.

. b!even toen n°g enkele vragen over, die met het wezen der ziel m het innigst verband staan.

Tot deze vragen rekenen wij allereerst die over de verhouding van zul en geest en waarbij het dan gaat over de quaestie, of de mensch bestaat uit lichaam, ziel en geest, dan wel uit lichaam en ziel: alzoo uit drie, dan wel uit twee afzonderlijke bestanddeelen of zelfstandigheden. De quaestie dus van drie- of van twee-deeling, van trichotomie 01 dichotomie.

Het vorig hoofdstuk wees er op, hoe de Christelijke denkers, zoo (gereformeerden als Roomschen, steeds voor de twee-deeling kozen en dus leerden, dat de mensch bestaat uit lichaam en ziel; hoe bii deze beschouwing de verhouding van ziel en geest mitsdien niet die van coördinatie kan zijn, d. w. z. dat ziel en geest niet op één lijn worden gesteld, dat zij niet als twee „zelfstandigheden" naast elkaar staan ; en eindelijk, dat men, rekening houdend met de „dichotomie" zich de verhouding zoo moet denken, dat de ziel de grond, het subject des menschelijken levens is, en de geest het in dat subject werkende beginsel.

De „levendmakende geest" dus het beginsel van de „levende ziel".

Wij komen thans tot de bespreking van nog twee andere vragen, en wel allereerst naar die omtrent het verband tusschen lichaam en ziel, en in de tweede plaats naar die omtrent den zetel der ziel.

Sluiten