Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hebben mitsdien allereerst de vaste ordeningen voor het ontstaan en wezen onzer gewaarwordingen na te gaan.

Over die gewaarwordingen in het algemeen ging het reeds in het vorig hoofdstuk.

Wij vonden toen, hoe zij èn door het lichaam èn door de ziel ontstaan. Door een beweging van onze hersenen, op hare beurt ontstaan uit een trilling van onze zenuwen, bepaald onze gevoelszenuwen, door in- of uitwendige prikkels; maar ook door een werking onzer ziel, die deze hersenbeweging opneemt.

Wij hebben daarbij wèl leeren onderscheiden tusschen de gewaarwording en het „gevoel" dat haar begeleidt, vergezelschapt, en er nadruk op gelegd, dat beide niet hetzelfde zijn.

Bij de gewaarwording „werkt", bij een gevoel lijdt, ondergaat de ziel.

Dit kwam ook uit, waar wij vervolgens bespraken het onderscheid bij de gewaarwording tusschen haar inhoud, haar sterkte en haar toon.

Het is de ziel, die de eigenaardige, door haar opgenomen, hersenprikkeling haar inhoud geeft als kleur en klank, als smaak en geur. Is de sterkte van de gewaarwording in de ziel afhankelijk van de grootte der in- of uitwendige prikkels, haar toon, haar „gevoelstoon", is het „aangename" of „onaangename" gevoel, waarmee de ziel bij de gewaarwording wordt aangedaan.

Om nu verder de vaste ordeningen Gods voor het kennen van de zinnelijke wereld, van het zinnelijk waarneembare, waartoe ook ons eigen lichaam behoort, door middel onzer gewaarwordingen en het verschillend „gevoel" dat haar vergezelschapt — de verschillende „gevoelen" kan men in het Hollandsch niet zeggen, en met verschillende „gevoelens" bedoelen wij heel iets anders, n.1. meeningen, oordeelen, overtuigingen, — meer in het bijzonder na te speuren, is het noodig, eerst de hoofdsoorten der gewaarwordingen te onderscheiden.

Nu ontstaan alle gewaarwordingen wel uit zenuwprikkels, maar er is verschil.

De prikkel toch op onze zenuwen kan uitgaan van wat in ons lichaam of van wat daar buiten ligt. De eerste helpt ons dan bij het_ kennen van ons lichaam, de tweede bij dat van onze buitenwereld.'

Op dit verschil vooral berust dan de onderscheiding in twee hoofdsoorten van gewaarwordingen: de lichaamsgewaarwordingen en de zinsgewaarwordingen. De laatste toch staan in zeer nauw verband met wat men gewoonlijk noemt onze „zinnen" of ook wel onze zintuigen, n.1. tast-, reuk-, smaak-, gehoor- en gezichts-zin.

Bepalen wij ons nu eerst tot de lichaamsgewaarwordingen. De gevoelszenuwen, die tot haar ontstaan medewerken, breiden zich in fijne vertakkingen uit, zoo aan de oppervlakte van het lichaam

Sluiten