Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoel nadrukkelijk vermaant om behoorlijk te leven ; middel waardoor, zooals Bilderdijk zegt:

— de Almacht wilde u 't lijf, het kostbre lijf bewaren.

Middel, waardoor zelfs de zinnelijke mensch zich een maat ziet gesteld in zijn genieten, welke hij anders zou overschrijden, zoo „'t heilzaam smartgevoel geen wacht hield bij 't genot".

Wij komen thans tot de tweede hoofdsoort onzer gewaarwordingen: de zinsge-ivaanvordingcn.

De gevoelszenuwen, die tot haar ontstaan medewerken en aan den omtrek van het lichaam eindigen, zijn daar verbonden met bepaalde organen of werktuigen, zooals het oog of het oor, en daardoor geschikt om prikkels van bepaalde soort over te brengen naar de hersenen, waarin deze zenuwen onmiddellijk uitloopen.

Het zijn deze zenuwen, die den naam dragen van zinszenuwen, en de prikkels van de buitenwereld, van wat buiten ons lichaam is, ons doen gewaarworden.

Wijl de zinsgewaarwordingen naar de werktuigen of organen der zinnen weer soortelijk verschillen, onderscheidt men haar nader als tast-, smaak-, reuk-, gehoor- en gezichtsgewaarwordingen.

Ieder dezer zinsgewaarwordingen heeft als het ware haar eigen taal, waarin zij ons de indrukken, de prikkels van de buitenwereld vertolkt. Een slag b. v. veroorzaakt op de huid pijn, op het oog licht, op het oor geruisch.

Wijl eindelijk gehoor en gezicht, meer dan tast-, smaak- en reukzin, bijdragen tot kennis van de buitenwereld, en bovendien van grooter beteekenis zijn, onderscheidt men de eerste twee ook wel als de hoogere, tegenover de laatste drie als de lagere zinnen.

Beginnen wij met de gewaarwordingen van den tastzin.

De grens tusschen dezen en de zooeven besproken „algemeenen zin" is vaak vloeiend. Door sommige zielkundigen wordt dan ook niet van tastgewaarwordingen als van een afzonderlijke soort tegenover de andere zinsgewaarwordingen gesproken, maar geeft men ze een plaats onder de „lichaamsgewaarwordingen".

Let men er echter op, dat de tastzin, welks zenuwen zich tot in de huid en slijmvliezen uitbreiden, niet, zooals „de algemeene zin", zijn prikkels uit ons eigen lichaam, maar van buiten ontvangt, dan is er wel iets voor om van een afzonderlijken zin als tastzin te spreken.

Het orgaan van den tastzin zijn de ontelbare tastlichaampjes die zich bevinden in de „lederhuid", de onderste der drie lagen waaruit de menschelijke huid bestaat, en daar de uiteinden vormen van de gevoelszenuwen. Deze tastlichaampjes bevinden zich namelijk in zeer grooten getale in de toppen der vingers, in de handholte, in de punt

Sluiten