Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid is om de sonde — doch hierover later —, de dingen buiten ons zoo moeten waarnemen, als onze ziel de indrukken van de dingen buiten ons, door middel van onze gevoelszenuwen ons toegekomen, „vertolkt".

Ook die wereld van smaken en geuren, van kleuren en tonen, product van zinnelijke indrukken en zielewerking, is van eeuwigheid door God gedacht, heeft haar vastheid en waarheid, in het willen, in den Raad van den Eeuwige.

Dan, men ziet, hoe de zekerheid van de zinnelijke waarneming ten slotte ook hier weer berust op „geloof".

Zoo bleek ons dan, hoe de ziel, voor zoover zij door God is geschapen om de wereld te kennen, tot deze actie komt, door de indrukken, die zij uit de wereld door middel van haar lichaam, bepaaldelijk de hersenen, ontvangt, naar vaste ordeningen Gods, te vertolken 'm gewaarwordingen en hoe zij deze gewaarwordingen naar buiten in de wereld verlegt, door haar waarnemingen.

Bij dit „waarnemen" nu is de ziel, zooals boven reeds gezegd, veel meer actief, zij werkt meer dan bij de „gewaarwording".

Zeker ontstaat er nooit een gewaarwording zonder dat daarbij een ziele-actie plaats grijpt, maar toch weten wij allen uit onze ervaring, hoe bij het „waarnemen" een grootere spanning, een inspanning der ziel noodig is. Ieder onzer kent het verschil tusschen hooren en luisteren; tusschen zien en kijken; tusschen smaken en proeven. Bij de laatste van deze drie paren zielewerkingen gaat die grootere spanning ook over op onze spieren. Wij kunnen iemand hooren spreken, zonder naar hem te luisteren, en „nemen dan niet waar" wat hij eigenlijk zegt.

Wij hadden er geen attentie bij.

Deze attentie, deze opmerkzaamheid, die bij het kennen in het algemeen zulk een belangrijke rol speelt, en waarop wij dan ook later zullen terugkomen, is noodig, zal onze ziel waarnemen. Wij bepalen ons hier alleen tot de opmerking, dat men alleen attentie wijdt, of liever, dat de ziel zich dus alleen inspant bij wat haar interesseert, waarin zij belang stelt.

Is nu, gelijk wij zagen, een waarneming een naar buiten geprojecteerde gewaarwording, de ziel is bovendien dus door God geschapen, dat zij verschillende waarnemingen tot een eenheid vermag te verbinden, om zoo te komen tot het vormen van aanschouwingen, een derde actie naast waarnemen en gewaarworden.

Wij zullen wat hier wordt bedoeld, verduidelijken met een eenvoudig voorbeeld.

Bij een stuk suiker nemen wij waar, dat wil zeggen, worden wij gewaar door middel van onze oogen, zijn witte kleur; door onzen tastzin zijn hardheid; door onzen smaakzin zijn zoeten smaak. Wij

Sluiten