Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zetten al die gewaarwordingen buiten ons, en ten slotte verbinden wij ze onderling.

Natuurlijk zonder dat wij zelf weten, dat wij het zoo doen. lot dit laatste kwam men eerst, door er over na te denken.

Hebben wij nu eenmaal onze waarnemingen dus onderling verbonden, dan ontstaat wat men noemt de aanschouiving van een stuk suiker.

Het woord „aanschouwing" ziet allereerst op de door den gezichtszin gedane waarneming; deze zin toch is het, waaraan wij de klaarste en duidelijkste waarnemingen danken. Maar bovendien \ erstaat men onder aanschouwing alle zinnelijke waarnemingen, en ook, gelijk hier bij het voorbeeld van het stuk suiker, haar samenvatting, haar verbinding door de ziel tot een geheel.

Haar verbinding door de ziel — schrijven wij niet zonder opzet.

Het is toch weer de ziel, die al deze verschillende waarnemingen tot een geheel verbindt, en zoo tot rijkere kennis komt van de dingen

buiten ons. .. ....

De ziel werkt daarbij anders, dan waar zij zenuwprikkels vertolkt in gewaarwordingen; dan waar zij gewaarwordingen omzet in waarnemingen. „

Nu zijn dat zeker geen afzonderlijke „vermogens , maar .slechts bepaalde werkingen van het ééne kenvermogen der ziel. En zoo ook is het verbinden van de afzonderlijke waarnemingen tot een „aanschouwing" — van b. v. hard en wit en zoet tot de aanschouwing van suiker — niet weer een afzonderlijk vermogen, maar toch een bepaalde wijze, waarop de ziel bij haar kennen werkt.

Reeds de Grieksche wijsgeer Aristoteles, die de verschijnselen van het zieleleven tot een voorwerp van bijzondere studie maakte, schreef deze laatste werking toe aan wat hij noemde den „gemeen-zin , en wel in onderscheiding van de vijf afzonderlijke zinnen. De letterlijke vertaling nu van „gemeen-zin" in het Latijn is sensus communis. Zoo kwam, in de oudere zielkunde, die -— gelijk de wetenschap in het algemeen — vele uitdrukkingen van Aristoteles overnam, de leer van den sensus communis of den gemeen-zin als een bijzonder zintuig, dat de verschillende, door de andere zinnen aangebrachte, waarnemingen opvangt, onderscheidt en verbindt.

Heel deze „gemeen-zin" of sensus communis is echter niet dan een onderstelling, een hypothese van Aristoteles, ter verklaring onder meer van het feit, dat de afzonderlijke waarnemingen tot een „aanschouwing" worden verbonden.

Toch ligt hier, al kunnen wij de gedachte aan zulk een bijzonder zintuig der ziel ook laten varen, een waarheid aan ten grondslag.

Ook de Schrift wijst ons daarop, en wel, waar zij aan het woord zien een veel ruimer beteekenis geeft, dan die men er gewoonlijk aan hecht.

;

Sluiten