Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ons „helpt", want bij de vorming onzer idealen werkt ook nog iets anders; doch daarover later. Zij dan helpt ons daarbij, door wat ons hindert in de voorstellingen weg te laten, door. wat er ons in aantrekt te vergrooten, en dus nieuwe te vormen. Zoo „idealiseert" de stadsmensch het buitenleven, de vriend zijn vriend, de jongeling zijn verloofde, het volk zijn helden der historie, de man van wetenschap zijn hypothesen, waarmee hij de feiten meent te verklaren.

Maar moge het al waar zijn, dat ieder mensch deze dichtende verbeelding bezit — zij is, naast andere talenten, inzonderheid de gave van den dichter, wiens woord ons bezielt, bemoedigt, vertroost; wiens woord dat bovenal vermag, indien in hem is de Geest des Heeren.

En zulke „begaafden", men denke aan een David, aan vele van Israëls profeten, en onder hen wel het eerst aan een Jesaja, heeft zelfs God de Heere verkoren, om aan hen te openbaren hetgeen ook de stoutste verbeelding zich niet kan voorstellen, wijl „het oog het niet heeft gezien, en het oor het niet heeft gehoord en het in het hart des menschen niet is opgeklommen"; aan hen te openbaren, opdat zij, als geschikte instrumenten, in woorden, door Hem geïnspireerd, dat zouden vertolken voor Zijn volk.

Zoo hebben wij dan gezien de hooge beteekenis van de verbeelding, met name van de combineerende verbeelding, of wat men de phantasie in enger zin noemt.

Zij oefent haar invloed heel ons leven door, als wij waken en ook zelfs als wij slapen en dan droomen.

Dit laatste brengt er als vanzelf toe, hier, zij het ook kort, te spreken van slapen en droomen als ordeningen Gods, in verband met die voor ons zieleleven in het algemeen en de phantasie in het bijzonder.

De slaap is een ordening Gods, een natuur-ordinantie, die dan ook als zoodanig met de zonde niets heeft te maken. Reeds van den Paradijsmensch lezen wij: „Toen deed de Heere God eenen diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep." (Genesis 2 : 21.) En de slaap is — vele onzer zenuwlijders vooral verstaan dit zoo — een kostelijke gave, die, gelijk het in den psalm heet, „God Zijnen beminde geeft" of gunt. (Ps. 127 : 2b.)

De naaste oorzaak van den slaap is de vermoeidheid van het centrale zenuwstelsel, met name onze hersenen, en bepaaldelijk de z.g. groote hersenen. Wanneer dit zenuwstelsel van zijn vele en velerlei verrichtingen gedurende den dag vermoeid is — in maniere als onze spieren vermoeid worden door inspannende beweging — houdt het, gewoonlijk in den nacht, zoo vermoedt men althans, met werken op. Dan wordt de hersenwerking tijdelijk onderbroken, de „slaap" treedt in, en terwijl wij dus slapen, wordt, naar Gods ordening, de verbruikte

Sluiten