Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die rhythmische beweging, welke men als „hartklop" aanduidt en niet anders is dan de samentrekking of verwijding, — waarvoor men ook de vreemde woorden systole en diastole gebruikt van he ar .

Om nu verder de beteekenis van het hart voor gevoel en gemoedsbewegingen goed te verstaan, moeten wij ons tevens nog even herinneren wat vroeger van de zenuwen is gezegd.

Wij zullen het zoo kort mogelijk herhalen.

De mensch heeft tweeërlei zenuwstelsel, het z.g. vegetatieve en het

'"netteerste, ook wel het sympathische genoemd, bestaat uit twee afzonderlijke strengen, die voor de ruggegraat in de borst- en de buikholte liggen. Van deze twee strengen gaan dan vertakkingen uit naar de bloedvaten, het hart, de longen, de nieren, maag en darmen, en dus naar al die organen, welke dienst doen voor de „vegetatieve levensverrichtingen, zooals b.v. bloedsomloop en voeding.

Het tweede of animale zenuwstelsel, met zijn gevoels- en beweegzenuwen, onderscheidt men als het centrale — hersenen en ruggemerg — en het peripherische, of de verschillende vertakkingen, welke al wat aan den omtrek of peripherie ligt, met het middenpunt of centrum in verbinding zetten, en welke deels met de oppervlakte van het nchaaam, deels met de zintuigen, deels met de spieren, deels — en dit nu is voor ons tegenwoordig onderwerp van groot belang — ook met de zenuwen

der vegetatieve organen in verband staan.

Hersenen en hart staan dus door middel van de zenuwen met elkander

in verbinding.

Eindelijk moeten wij ons, om de beteekenis van het hart voor eevoel en gemoedsbewegingen goed te verstaan, ook nog herinneren hoe wij vroeger vonden, dat, hoewel mag ondersteld dat de ziel in heel het lichaam tegenwoordig is, zij toch op meer bijzondere wijze verbonden is aan het hart en de hersenen. Houden wij daarbij in het oog, dat de ziel de grond van al de levensverschijnselen is, maar dat de vegetatieve, -ooals b.v. de bloedsomloop, onbewust, daarentegen de animale, zooals b v. de gewaarwording, meer bewust plaats grijpen, en dat juist bij de eerste, naast de hersenen, het hart, en bij de laatste uitsluitend het Hoopt of meer bepaald de hersenen het voorname orgaan zijn, — dan mag men, in verband met wat wij vroeger vonden omtrent het „on- ot onder-bewuste" en het „bewuste" leven onzer ziel, heel het zieleieven in zijn verbinding met het lichaam, voor zoover het °n ewus o onderbewust is, m. a. w. in zijn dieperen grond, toeschrijven meer bepaald aan het hart, en voor zoover het bewust is, de ziel er „weet

van heeft", toeschrijven aan het hoofd. , , .

Zeker is, dat het bewustzijn onzer ziel, zoolang zij althans met het lichaam vereenigd is, gebonden is aan de hersenwerking, aan de beweging der hersencellen, hetgeen dan ook hierin uitkomt, dat in den

Sluiten