Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blijkt uit dit alles, dat „gevoel" noch tasten, noch gewaarwording, noch de algemeene levenszin is; dat er dus bij is uitgesloten al wat rechtstreeks met het lichaam in verband staat; zooveel blijkt dan alreeds, dat wij, bij de tweeheid van lichaam en ziel, ons met „gevoel", in den eigenlijken zin van het woord, op het gebied van de ziel bevinden.

„Gevoel" is dan ook een zuiver psychisch verschijnsel.

Er bestaat in dezen zin alleen „zielsgevoel".

Men kan het gevoel dan ook omschrijven als de, tot ons bewustzijn gekomen, wisselende toestanden onzer ziel, naar aanleiding van haar gewaarwordingen.

Al naar toch onze gewaarwordingen of ook de uit haar gevormde voorstellingen onze ziel in haar bestaan bevorderlijk zijn of hinderen, brengen zij haar in een toestand van lust of van onlust, die dan weer den diepsten grond van ons streven of begeeren vormt.

Wij willen deze omschrijving nader toelichten.

Het gevoel is evenmin het streven of begeeren zelf — over welke, zielewerking wij eerst in een volgend hoofdstuk, waarin over s Heeren ordinantiën voor het wilsvermogen zal worden gehandeld, nader kunnen spreken — als het gewaarworden zelf. Maar het „gevoel" gaat met het gewaarworden en streven gepaard, het hangt er op het innigst mee saam en is ook daarom geen afzonderlijk „vermogen . Al naar dat nu de ziel bij haar gewaarwordingen bevrediging vindt, dan wel, dat het omgekeerde het geval is, verkeert zij in een toestand öf van lust öf van onlust.

Deze toestand zelf raakt het innerlijk wezen der ziel, en reikt veel verder dan ons bewustzijn. Daarom brengen wij die wisselende toestanden van lust en onlust dan ook te recht in verband met het hart, als het middenpunt, het centrum van het nog onbewuste zieleleven.

Schreven wij zooeven, dat het gevoel met de gewaarwordingen innig samenhangt, men kan zeggen, dat de ziel, voor zoover zij gebonden is aan het hart, de vatbaarheid heeft om op een bepaalde wijze te worden .aangedaan" door wat zij gewaarwordt, door middel van het hoofd, m. a. w. door middel van de hersenen.

Er is hier een doordringen, een doorzinken van het hoofd naar het hart, en op wat dus doorzinkt, geeft het hart zijn weerklank, en die weerklank stijgt dan als „gevoel" weer op uit het hart naar het hoofd.

Het gewone en niet onjuiste beeld, waarmee dit gewoonlijk verduidelijkt wordt, is dat van een snaren-instrument met zijn resonans- of klank-bodem. Wanneer uw vingers de toetsen en daardoor de snaren van een muziekinstrument doen trillen, doet de klankbodem die trillingen als klanken terugklinken.

Zoo ook klinken zenuwtrillingen in de hersenen, na door de ziel in gewaarwordingen te zijn omgezet, uit het hart in ons bewustzijn terug als gevoel.

Sluiten