Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenmin uit het kenvermogen, als het kenvermogen uit het wilsvermogen.

Wij leggen hier nadruk op, wijl, zonder dit goed in te zien, het wezen, de natuur van het willen niet wordt verstaan.

Alvorens nu, in dit hoofdstuk, de scala of ladder, waarlangs het streven opklimt om als „willen" de hoogste sport te bereiken, na te gaan en er Gods ordeningen voor na te speuren, zullen wij eerst, evenals wij bij het kennen en het gevoel hebben gedaan, aanwijzen, hoe de Schritt het willen, en het begeeren, waaruit het willen opkomt, weer in verband

brengt met het /mtL , , , c , ,

Wij kunnen ons ook hier uiteraard slechts bepalen tot enkele bchrittuur-

P Het is dan het hart, dat den mensch tot willen beweegt. Zooiezen wij in Exodus 35 : 29, bij de oprichting van den tabernakel: „Alle man en vrouw, welker hart hen vrijwillig bewoog te brengen tot a het werk, hetwelk de Heere geboden had te maken door de hand van Mozes dat brachten de kinderen Israëls tot een vrijwillig offer den Heere.'" En ook in vs. 21 lezen wij: „En zij kwamen, alle man wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten des Heeren hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst.

Is willen" een zich voornemen — van Daniël lezen wij, hoe hij voornam in zijn hart, dat hij zich niet zou ontreinigen met de stukken van de spijs des konings, noch met den wijn zijns dranks (Daniël 1 : 8). En naar aanleiding van het geven in de collecte voor de kerk van Jeruzalem schrijft Paulus aan de Corinthiërs: „Een iegelijk doe, gelijk hij in zijn hart voorneemt." (2 Cor. 9:7-)

Het wilsbesluit, na voorafgaand overleg, wordt toegeschreven aan

het hart. _ . . . . ,

Het was ook in het hart van mijnen vader David, een huis den naam van den Heere, den God Israëls, te bouwen," zegt Salomo (1 Kon. 8 : 17); en de koningin van Scheba, die tot hem kwam, sprak tot hem al wat in haar hart was (1 Kon. 10 : 2). Evenzoo lezen wij bij Jesaja van den Assyriër, dat hij in zijn hart zal hebben, te verdelgen en uit te roeien niet weinige volken (h. 10 : 7).

En in het Nieuwe Testament vinden wij, hoe Barnabas, te Antiochie gekomen, de discipelen aldaar vermaant, „dat zij met een \ oornemen des harten bij den Heere zouden blijven" (Hand. 11 : 23); en hoe Paulus spreekt van iemand, die „in zijn hart besloten heeft, dat hij zijne maagd zal bewaren" (1 Cor. 7 : 37).

Verder lezen wij in Psalm 21:3, hoe de Heere den koning zijns

harten wensch heeft gegeven.

Eindelijk zij er nog op gewezen, hoe men al het gewillige van

harte doet. .

„Maar Gode zij dank," schrijft Paulus aan de Romeinen, „dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt" (h. 6 : 17).

Sluiten