Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het onderwijs aan een gymnasium te volgen, wat op zijn beurt weer middel moet wezen tot het met vrucht studeeren aan een inrichting voor hooger onderwijs, waar een twee- of driemaal, telkens omvangrijker onderzoek naar zijn kennis weer de middelen zijn, om blijken te geven, en daarmee zekerheid, van zijn bekwaamheid, aan hen, die hem daaromtrent een bewijs hebben uit te reiken. En heel dit theologisch hooger onderwijs moet dan weer middel wezen voor zijn vorming en voorbereiding tot het kerkelijk onderzoek, waaraan hij zich, ter verkrijging van den dienst des Woords, heeft te onderwerpen, om door een kerk te worden geroepen en in den dienst te worden bevestigd.

Heel deze reeks van oorzaken en gevolgen, van gevolgen die op hun beurt weer oorzaken worden, van middelen dus tot het doel, vormt nu onze jonge man met zijn verstand; hij overlegt. Maar eerst wanneer hij althans gelooft, dat deze middelen binnen zijn bereik, in zijn macht liggen, wil hij predikant worden. Hij heeft dan bij zijn begeerte „inzicht in de bereikbaarheid" van het begeerde.

Is dit laatste dus de werking van het verstand, van verstandelijk overleg, wij kunnen het wülen dus omschrijven als een begeeren, gepaard met een verstandelijk overleg omtrent de bereikbaarheid" van het "doel.

Begeeren en denken alzoo vereenigen zich tot willen.

Daxuïïïïpzijn, 'zooals wij 'boven schreven, echter ook andere werkingen van het kenvermogen in het spel. Het denken toch wordt bij zijn overleggen geholpen èn door het geheugen èn door de verbeelding.

Onze jonge man nu, om bij dit voorbeeld te blijven, zal bij zijn overleg om predikant te worden, geholpen worden door wat hij zich herinnert van wat anderen, die het zoo ver gebracht hebben, hem hebben medegedeeld, en zijn verbeelding maakt uit die dus verkregen voorstellingen weer nieuwe verbindingen voor zijn bijzonder geval, b.v. waar hij zijn voorbereidend hooger onderwijs zal zoeken.

Is alzoo inzicht in de bereikbaarheid van het doel het verschil tusschen begeeren en willen, het willen sluit echter nog meer in dan dit.

Dit zal ons duidelijk worden, wanneer wij het willen vergelijken met den hartstocht.

Tusschen hartstochtelijk begeeren en willen bestaat verschil.

Ook de hartstochtelijkê echter zint op middelen om zijn doel te bereiken. Men denke aan den wraakzuchtige, die op middelen zint om zijn gemoed te „koelen". Maakt het affect blind, de hartstocht maakt juist scherpziende en scherpzinnig.

Hoe beneveld het verstand bij den hartstochtelijke ook is, toch werkt het wel degelijk, waar het gaat om de middelen tot bereiking van zijn doel te overleggen.

Hierin komen hartstocht en wil dus overeen.

Toch weet ieder, dat er tusschen beide een verschil bestaat.

En dit verschil nu ligt hierin, dat de hartstochtelijke alleen en

Sluiten