Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET VIJFDE GEBOD. HET GEZAG.

I.

HET GEBOD EN ZIJN BELOFTE.

Eer uwen vader en uwe moeder, opdat uwe dagen verlengd worden in het land, dat u de Heere uw God geeft.

Exodus zo : 12.

Het vijfde gebod luidt naar Exodus 20: 12: „Eer uwen vader en uwe moeder, opdat uwe dagen verlengd worden in het land, dat u de Heere uw God geeft."

De tekst van Deuteronomium is eenigszins anders.

Daar toch lezen wij h. 5 : 16: „Eer uwen,vader en uwe moeder, gelijk als de Heere, uw God, u geboden heeft, opdat uwe dagen verlengd worden, en opdat het u welga in het land, dat u de Heere, uw God, geven zal."

Gelijk bij het tweede, derde en vierde gebod, zoo valt ook bij dit vijfde te onderscheiden tusschen het gebod zelf en zijn toevoeging.

Hier draagt die toevoeging den vorm van een belofte.

Wat nu het gebod zelf betreft, zoo is daarvan de tekst in Exodus en in Deuteronomium gelijkluidend.

Eer uwen vader en uwe moeder.

Wat de woorden van dit gebod aangaat, zoo valt daarbij op te merken, dat wij bij „eer" te doen hebben met den 2^en persoon mannelijk enkelvoud. Gelijk toch al de andere, zoo richt ook dit gebod zich tot den Israülietischen man. Eer, en dus niet, zooals men, met afwijking van den oorspronkelijken tekst, wel zegt of schrijft en zelfs laat drukken: „Eert" uwen vader en uwe moeder.

Behalve, dat daaruit blijkt, hoe ook het vijfde gebod geen uitzondering maakt op den regel, dat het in den decaloog of in de Tien woorden

Van 's Heeren Ordinantiën. IV. 1

Sluiten