Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

echt, het achtste over den eigendom, het negende over den naam van uw naaste — zoodat deze geboden een zedelijk, in den zin van sociaal, karakter dragen, waarbij het gaat over 's Heeren ordinantiën voor de gemeenschap, voor de saamleving der menschen, terwijl eindelijk het tiende gaat over wat nog achter het willen van den individu, van den eenling ligt, zijn begeeren; — tusschen de drie religieuze en de vier sociale geboden staan nu het vierde en vijfde gebod, het gebod over den Sabbat en het gebod over het eeren der ouders. Geestelijk verstaan, over het „navolgen Gods" en „over het ontzag voor het gezag".

Het verband nu tusschen deze twee is, dat zij beide een gemengd karakter dragen en zoowel religieus als zedelijk of sociaal zijn.

Immers, reeds het „uitwendig rustdag of Sabbat houden" draagt èn een religieus èn een sociaal karakter; maar dieper nog draagt dit het „inwendig rustdag of Sabbat houden", het navolgers Gods zijn der menschen, navolgers ook in de heilige liefde jegens menschen. „Zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft." (Efeze 4 : 32.)

En zoo ook draagt, wijl de bron van alle menschelijk gezag het gezag van God over den mensch is, het ontzag voor het gezag èn een religieus èn een sociaal karakter.

En nu zijn deze twee geboden ook daarom zoo innig verbonden, wijl zij beide, zoowel het vierde als het vijfde, de religieus-zedelijke fundamenten of grondslagen van de menschelijke samenleving zijn.

Een z.g. sociale ethiek, of zedeleer voor de maatschappij, zou op de beginselen, in deze twee geboden neergelegd, haar ideaal voor een menschelijke samenleving kunnen opbouwen.

Denk u een maatschappij, waarin het werkelijk toeging naar deze beginselen; waarin deze ordinantiën des Heeren geheel werden nageleefd; waarin menschen jegens elkander goedertieren, barmhartig en vergevende elkander waren — als God; waarin er voor het gezag in al zijn verschillende vormen ontzag was, — hoe zou zulk een maatschappij, zulk een samenleving beantwoorden aan het ideaal!

Zoo is het niet, en toch, zoo mort het zijn; moet het zijn, omdat God het zoo wil.

Gij zult navolgers Gods wezen: eeren allen, die over u gesteld zijn; ontzien het gezag.

Wezen wij er zooeven op, dat de bron van alle menschelijke gezaghet gezag van God over den mensch is, wij zullen, alvorens de ordinantie des Heeren, ons gegeven in het vijfde gebod: om te eeren het menschelijk gezag, — nader in te denken, ons eerst trachten te verduidelijken, wat onder het gezag, dat de eene mensch over den anderen heeft, is te verstaan.

Vooraf dient echter, nadat nu over de woorden en den zin van het vijfde gebod zelf is gesproken, nog nader toegelicht de met dit gebod verbonden lelofte.

Sluiten