Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN.

Dit nu hangt saam met wat wij schreven in het eerste, het inleidend hoofdstuk over het vijfde gebod, omtrent den aard van het menschelijk gezag. In tegenstelling toch met Gods gezag over den mensch is het gezag van den mensch over den mensch nooit onvoorwaardelijk, onbeperkt, nooit volstrekt of absoluut. Een mensch, wien het God in Zijn vrijmacht belieft hem te gebruiken om door Zijne hand een ander mensch te regeeren, mag dat niet anders willen doen dan overeenkomstig Gods wil.

Daarbij nu is het Gods wil, èn dat dit regeeren niet ingrijpt in de sfeer waar God onmiddellijk regeert, namelijk die van „leven en dood" en die van het „geweten"; èn dat dit regeeren zich verbijzondert naar den staat der menschen waarover het gaat, dus zoo, dat een man over zijn vrouw anders regeert dan over zijn kind; een heer over zijn knecht anders dan een meester over zijn leerling; een opziener over de leden zijner kerk anders dan een overheidspersoon over de burgers; èn dat bij dit regeeren steeds gehoorzaamheid wordt gevraagd voor wat gegrond is in Gods geboden. Gaat toch een mensch, wien het God belieft te gebruiken om door Zijne hand andere menschen te regeeren, daarbij met zijn gebod tegen Gods geboden in, dan zijn die anderen zelfs voor God verplicht te handelen naar het echt anti-revolutionaire woord van Petrus tot het Sanhedrin: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan den menschen. (Handelingen 5 : 29.)

Echt anti-revolutionair, want de revolutie is juist, het gezag des menschen willen stellen boven het gezag van God.

Waar dan alzoo de Christelijke beginselen voor de verhouding van autoriteit en piëteit in het huwelijk zijn in het licht gesteld, willen wij thans nagaan, wat uit deze beginselen in bijzonderheden voor het saamleven van man en vrouw volgt.

Uit deze beginselen, want daar zijn ook nog andere beginselen die dit saamleven moeten beheerschen, welke echter niet hier, bij het vijfde, dat uitsluitend van het gezag handelt, doch eerst bij de volgende geboden ter sprake kunnen komen.

Is naar 's Heeren ordinantie hoofddoel van het huwelijk het verwekken en opvoeden van kinderen, toch gaat het daarin niet op.

Immers, ook het lichamelijk en geestelijk welzijn van de echtgenooten is een doel van het huwelijk.

Ons huwelijksformulier noemt dit laatste zelfs in de eerste plaats.

In het stuk, waarin uiteengezet wordt, „waarom God den huwelijken staat heeft ingezet", worden drie oorzaken genoemd, en daarbij gaat dan juist dat lichamelijk en geestelijk welzijn van de echtgenooten voorop; komt daarna, wat wij zooeven het hoofddoel noemden; en wordt eindelijk van het huwelijk ook in betrekking tot de kuischheid gesproken.

Sluiten